Hand & pols
Polsbreuk
Een polsbreuk is meestal een breuk van het spaakbeen (radiusfractuur). Ontdek de polsbreuk symptomen, diagnose en behandeling.
Inhoud
Polsbreuk
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Een polsbreuk is een veelvoorkomende botbreuk ter hoogte van de pols. In de meeste gevallen betreft het een breuk van het spaakbeen (breuk spaakbeen) aan de polszijde van de onderarm – een zogenaamde radiusfractuur of distale radius fractuur. De term polsfractuur wordt hier vaak voor gebruikt. Soms breekt ook het uiteinde van de ellepijp mee, of er zijn meerdere breuken in de polsbotjes. In de volksmond spreekt men gewoonlijk van een polsbreuk wanneer één of meer botten rond het polsgewricht gebroken zijn. Meestal ontstaat een polsbreuk door een val op een uitgestrekte hand waarbij veel kracht op de onderarm komt. Bij zo’n val kan het spaakbeen scheuren of volledig breken.
Verwar een met de pols gebroken handwortelbeentje (bijvoorbeeld het scaphoid in de pols) niet met een polsbreuk. Een gebroken handwortelbeentje is een breuk in een van de kleine polsbotjes en vergt een andere behandeling dan een polsbreuk.

Bij wie komt het voor?
Iedereen kan een polsbreuk oplopen, maar bepaalde groepen hebben meer risico:
- Ouderen (50+): Mensen boven de 50 breken het vaakst hun pols, vaak door botontkalking (osteoporose). Een eenvoudige val bij ouderen kan al tot een breuk van het spaakbeen (breuk spaakbeen) leiden.
- Jongere volwassenen: Sporters en actieve mensen lopen kans op een polsbreuk bij bijvoorbeeld fiets- of ski-ongevallen, contactsporten of een val van hoogte.
- Kinderen: Ook bij kinderen komen polsbreuken geregeld voor. Kinderbotten zijn buigzamer, waardoor ze eerder “twijgbreuken” (greenstickfracturen) krijgen in plaats van volledige breuken.
Wat zijn de symptomen?
Bij een polsbreuk kun je direct pijn en functieverlies verwachten. Typische polsbreuk symptomen zijn:
- Pijn en zwelling: de pols en onderarm doen meteen pijn en zwellen op. Je kunt vaak je pols niet meer gebruiken of er geen kracht mee zetten.
- Blauwe plek en roodheid: rond de breuk verschijnt vaak een blauwe plek (bloeduitstorting) en de huid kan rood zijn.
- Standafwijking: soms staat de pols zichtbaar misvormd of scheef (bijvoorbeeld een “bajonat”-deformiteit bij een typische polsbreuk). De pols ziet er dan niet normaal recht uit.
- Bewegingsbeperking: het bewegen of draaien van de pols en hand lukt niet of nauwelijks door de pijn en de mechanische belemmering.
- Gevoelsverandering: in sommige gevallen kun je tintelingen of gevoelloosheid in de hand of vingers ervaren door zwelling of druk op zenuwen.
Soms hoor je op het moment van breken een duidelijke knak of voel je iets verspringen in de pols. Direct na het ongeval zal je de pols instinctief ondersteunen en niet meer durven gebruiken vanwege de pijn.

Hoe stelt de arts de diagnose?
Bij vermoeden van een polsbreuk zal de arts een aantal stappen ondernemen om de diagnose te bevestigen en de ernst te bepalen:
- Anamnese (vraaggesprek): De arts vraagt hoe het letsel is gebeurd – bijvoorbeeld een val op de hand – en informeert naar je klachten. Belangrijke vragen zijn of je direct pijn had, iets hoorde kraken en of je de hand nog kon bewegen. Ook wordt gepeild naar gevoelloosheid of tintelingen, wat kan wijzen op zenuwdruk.
- Klinisch onderzoek: De pols wordt geïnspecteerd op zwelling, blauwverkleuring door bloeduitstorting en afwijkende stand. De arts voelt voorzichtig aan de botten (spaakbeen en ellepijp) om de pijnlijke plek te lokaliseren. Ook wordt gecontroleerd of er voldoende bloedcirculatie en gevoel in de vingers is (om vaat- of zenuwletsel uit te sluiten). Bij een ernstige polsfractuur kan de pols instabiel aanvoelen of abnormaal bewegen (crepiteren).
- Aanvullend onderzoek: Een röntgenfoto (RX) van de pols is de standaard bevestiging voor een polsbreuk. Op de foto ziet de arts welke botten gebroken zijn en hoe de botdelen staan. Vaak worden opnames in meerdere richtingen gemaakt om de breuk goed te beoordelen. Bij een complexe breuk of twijfel over gewrichtsbeschadiging kan een CT-scan nodig zijn voor een gedetailleerder beeld.
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
De behandeling van een polsbreuk hangt af van de ernst en stabiliteit van de breuk. Algemeen werkt men in stappen, van minst ingrijpend naar meer ingrijpend:
- Stap 1: Eerste opvang en pijnstilling
Direct na het ongeval is het belangrijk de arm hoog te houden (boven hartniveau) om zwelling te beperken. Leg eventueel een coldpack op de pols (nooit rechtstreeks op de huid) om pijn en zwelling te verminderen. Een tijdelijke spalk of draagdoek (mitella) kan de pols immobiliseren. Je krijgt zo nodig pijnstilling (paracetamol of ibuprofen) om de ergste pijn te verlichten. - Stap 2: Conservatieve behandeling (gips/brace)
Veel ongecompliceerde polsbreuken kunnen zonder operatie genezen. Als de botstukken netjes op hun plaats staan (niet verplaatst), krijg je een gipsverband of soms een afneembare polsbrace voor doorgaans 4 tot 6 weken. Staat de pols licht scheef, dan zal de arts eerst een repositie uitvoeren: onder plaatselijke verdoving wordt getracht de botstukken voorzichtig weer in de juiste stand te duwen (rechtzetten). Vervolgens krijg je een gips om de pols en onderarm, dat de breuk stabiliseert terwijl hij geneest. Tijdens het polsbreuk herstel is het belangrijk de vingers en elleboog regelmatig te bewegen om stijfheid te voorkomen. Na één week wordt vaak een controlefoto gemaakt om te zien of de stand nog goed is. Indien alles goed staat, blijft het gips meestal totaal circa 4-5 weken zitten. In het geval van kinderen of bij zeer eenvoudige breuken kan soms een kortere immobilisatie volstaan. - Stap 3: Operatie
Is de breuk ernstig verplaatst, instabiel of steekt een bot door de huid (open breuk), dan is een operatie vaak de beste optie. De chirurg zal de botdelen tijdens een operatie anatomisch terugplaatsen en fixeren. Meestal gebeurt dit met een metalen plaat en schroeven die op het spaakbeen worden bevestigd. Soms worden ook pennetjes (K-draden) of een externe fixator gebruikt, afhankelijk van het breuktype en aantal fragmenten. Een operatie vindt idealiter binnen 1 à 2 weken na het ongeval plaats. Na de ingreep krijg je een gips of spalk voor ondersteuning gedurende 2 weken, waarna je start met oefeningen onder begeleiding van een kinesist (fysiotherapeut).
Prognose
De vooruitzichten na een polsbreuk zijn over het algemeen goed. Botten van de pols groeien doorgaans binnen 6 weken voldoende aan elkaar, al kan volledig functieherstel enkele maanden duren. Jongere patiënten genezen sneller dan ouderen. Na het verwijderen van het gips is de pols soms stijf en verzwakt; kinesitherapie helpt om kracht en beweeglijkheid terug te krijgen. In totaal duurt het ongeveer 3 tot 4 maanden voordat je pols weer optimaal belastbaar is. Enige reststijfheid of lichte pijn kunnen nog tot een jaar na de breuk merkbaar zijn, maar nemen meestal geleidelijk af.
Mogelijke complicaties zijn onder meer:
- Malunion: dat wil zeggen dat het bot in een licht verkeerde stand geneest, wat zelden voorkomt bij goede behandeling. Een geringe scheefstand is soms acceptabel, maar een grote afwijking kan leiden tot blijvende polsklachten of krachtsverlies.
- Niet-genezen breuk (non-union): in uitzonderlijke gevallen groeit het bot niet vanzelf aan. Dan kan een tweede ingreep nodig zijn om genezing te bevorderen.
- Posttraumatische artrose: als het polsgewricht betrokken was bij de breuk, kan op langere termijn slijtage (artrose) ontstaan in het gewricht.
- Complex Regionaal Pijnsyndroom (CRPS of Sudeck dystrofie): een zeldzame complicatie waarbij na het letsel een abnormale pijnreactie en zwelling blijft bestaan in hand of pols. Om dit te voorkomen, wordt vaak aangeraden de hand regelmatig hoog te houden en vroegtijdig lichte oefeningen met de vingers te doen.
Conclusie
Een polsbreuk is een veelvoorkomend letsel dat meestal ontstaat door een val op de gestrekte hand. Bij oudere personen met brozere botten komt dit letsel vaker voor. De symptomen van een polsbreuk – pijn, zwelling en functieverlies – treden direct op en vereisen medische evaluatie. Gelukkig is de behandeling in de meeste gevallen doeltreffend: met gipsimmobilisatie kan het bot weer aan elkaar groeien, en indien nodig zorgt een operatie met platen en schroeven voor een correcte stand. Met de juiste opvolging, rust en revalidatie herstelt de pols in de maanden na de breuk doorgaans volledig, zodat je je hand weer normaal kunt gebruiken in het dagelijks leven.
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

