Traumatologie

Onderarmfractuur

Lees alles over de onderarmfractuur (breuk van spaakbeen en/of ellepijp): symptomen, hoe de diagnose gesteld wordt en het behandelplan (gips of operatie).

Inhoud

Onderarmfractuur

Wat is het?

Een onderarmfractuur is een botbreuk van één of beide botten in de onderarm. De onderarm bestaat uit twee lange botten: het spaakbeen (radius) aan de duimzijde en de ellepijp (ulna) aan de pinkzijde. Bij een onderarmfractuur kan het spaakbeen gebroken zijn, de ellepijp gebroken zijn of zelfs beide botten tegelijkertijd gebroken zijn. Meestal breken beide botten door een krachtige impact, bijvoorbeeld bij een val van hoogte, een sportongeval of een auto-ongeluk. Onderarmfracturen variëren van eenvoudige breuken (waarbij de botstukken netjes op hun plaats blijven) tot complexe breuken met meerdere fragmenten en mogelijke ontwrichting van nabijgelegen gewrichten.

Specifieke types onderarmfractuur: Sommige gecombineerde onderarmletsels dragen een eigen naam:

  • Monteggia fractuur: een breuk van de ellepijp (ulna) gecombineerd met een ontwrichting (luxatie) van de kop van het spaakbeen (radiuskop) ter hoogte van de elleboog.
  • Galeazzi fractuur: een breuk van het spaakbeen (radius) gecombineerd met een ontwrichting van de verbinding tussen spaakbeen en ellepijp aan de pols (het polsgewricht).

Bij wie komt het voor?

  • Kinderen: Bij kinderen zien we regelmatig een onderarmbreuk, vaak door een val van speeltoestellen of tijdens sport. Kinderen hebben relatief flexibele botten die soms gedeeltelijk breken (een zogenaamde twijgbreuk) zonder volledig door te breken.
  • Jongvolwassenen: Sporters en actieve jongvolwassenen kunnen een onderarmfractuur oplopen bij bijvoorbeeld wielrennen, skiën of vechtsporten. Hoge-energietrauma’s (een val met hoge snelheid, een botsing) leiden vaak tot complexe onderarmbreuken waarbij beide botten breken.
  • Oudere volwassenen: Bij ouderen met brozere botten (osteoporose) kan een onderarmfractuur ontstaan door een relatief klein trauma, zoals een val op straat. Vooral een gebroken pols (distale radiusfractuur) komt veel voor, maar ook hoger in de onderarm kunnen breuken optreden bij deze groep.

Wat zijn de symptomen?

  • Ernstige pijn: Direct na het breken van de onderarm treedt hevige pijn op in de arm. De pijn verergert bij proberen te bewegen of iets vast te pakken.
  • Standafwijking: Bij een duidelijke onderarmfractuur (zeker als beide botten gebroken zijn) kan de arm er misvormd uitzien. U kunt een abnormale knik of hoek in de onderarm zien, wat erop wijst dat de botten verplaatst zijn.
  • Zwelling en blauwe plekken: De onderarm zwelt vaak snel op rond de breuk. In de uren na het letsel kunnen ook blauwe plekken (bloeduitstorting) in de arm verschijnen.
  • Bewegingsbeperking: Het is meestal niet mogelijk om de arm normaal te bewegen. Rotatie (draaien van de pols) en buigen/strekken van de elleboog of pols doen veel pijn en zijn beperkt. De kracht in de arm is ook meteen weg.
  • Crepitaties: Soms voelt of hoort men bij beweging een knarsend of krakend geluid/gevoel in de arm. Dit duidt op wrijving van gebroken botstukken tegen elkaar.
  • Open wond: Bij een ernstige onderarmfractuur kunnen botdelen door de huid naar buiten steken (open fractuur). In dat geval ziet u een wond met mogelijk een deel van het bot dat uitsteekt. Dit vereist snelle medische zorg.

Hoe stelt de arts de diagnose?

  • Anamnese: De arts vraagt naar de toedracht van het ongeval en de klachten. Belangrijk is of er krachtsverlies, gevoelsverlies of tintelingen zijn in de hand of vingers, wat kan wijzen op zenuwschade door de breuk.
  • Klinisch onderzoek: De arm wordt geïnspecteerd op afwijkende stand en eventuele wonden. De arts voelt voorzichtig langs het spaakbeen en de ellepijp voor pijnpunten en checkt of de botstukken mogelijk te voelen zijn. Ook worden de pols en elleboog onderzocht: bij een onderarmfractuur controleert men altijd het gewricht boven (elleboog) en onder (pols) de breuk. Zo kan een Monteggia- of Galeazzi-letsel opgespoord worden (waarbij naast de breuk een ontwrichting in de elleboog of pols aanwezig is). Verder test de arts de doorbloeding van de hand (polsslag) en de werking van de zenuwen in de arm en hand.
  • Technisch onderzoek: Een röntgenfoto van de onderarm wordt gemaakt om de breuk(en) in beeld te brengen. Daarbij neemt men doorgaans de hele onderarm inclusief pols én elleboog op de foto om geen bijkomende letsels te missen. De röntgenbeelden laten zien welk bot (of beide) gebroken is en hoe de breukdelen staan. Soms is aanvullend een CT-scan nodig bij zeer complexe breuken, bijvoorbeeld om de breuklijn richting een gewricht in detail te beoordelen.

Wanneer naar een volgende stap?

Behandeling

Stap 1: Niet-operatieve behandeling (gips)

  • Gesloten repositie: Wanneer de botstukken scheef staan maar het is mogelijk ze onder verdoving weer in de juiste stand te zetten, zal de arts eerst een gesloten repositie uitvoeren. Hierbij trekt de arts voorzichtig aan de arm en duwt hij de botdelen terug op hun plek. Dit gebeurt meestal onder lichte narcose op de spoedgevallendienst of op het operatiekwartier.
  • Gipsimmobilisatie: Een eenvoudige onderarmfractuur die goed in de juiste positie staat (spontaan of na repositie) kan behandeld worden met gips. U krijgt een gips dat doorgaans reikt van net onder de oksel tot aan de hand (bovenarmgips of onderarmgips afhankelijk van de plaats van de breuk). Dit gips houdt het spaakbeen en/of de ellepijp stabiel zodat de botten kunnen genezen. Gips blijft meestal 4 tot 6 weken zitten.
  • Nazorg in gips: U krijgt adviezen om de arm hoog te houden (tegen zwelling) en de vingers regelmatig te bewegen. Pijnstilling wordt voorzien om de pijn van de onderarmfractuur te controleren. Tijdens de gipsperiode komt u om de paar weken op controle. De orthopedist zal via röntgenfoto’s nakijken of de stand van de botten goed blijft totdat de botten voldoende aan elkaar gegroeid zijn.
  • Beperkte indicaties: Gipsbehandeling wordt vooral toegepast bij stabiele breuken of bij kinderen. Bij volwassenen is de kans groot dat bij een verplaatste onderarmfractuur een operatie nodig is, omdat perfecte uitlijning belangrijk is voor de functie (draaibewegingen) van de arm.

Stap 2: Operatieve behandeling

  • Indicatie voor operatie: Veel onderarmfracturen, vooral bij volwassenen, worden operatief behandeld. Als de botdelen verplaatst zijn of als beide botten gebroken zijn, zal men meestal voor een operatie kiezen. Complexe combinaties (zoals een Monteggia- of Galeazzi-letsel) vereisen vrijwel altijd een operatie om de arm weer goed te krijgen. Met andere woorden, zijn uw spaakbeen én ellepijp gebroken en staan de stukken niet goed, dan volgt een operatie om alles correct te zetten.
  • Ingreep: De chirurg maakt een insnede in de arm ter hoogte van de breuk. Afhankelijk van welk bot (of beide) gebroken is, wordt aan de duimzijde (voor het spaakbeen) en/of de pinkzijde (voor de ellepijp) geopereerd. De botstukken worden nauwkeurig teruggeplaatst. Vervolgens worden ze vastgezet met een plaat en schroeven bij volwassenen (interne fixatie) of met een elastische nagel (TEN-nagel) bij kinderen. Soms wordt bij zeer complexe verwondingen tijdelijk een externe fixator (een uitwendig frame met pinnen door de huid) geplaatst om de botten op lengte en in rustpositie te houden, bijvoorbeeld bij open fracturen.
  • Na de operatie: Na een operatieve behandeling van een onderarmfractuur krijgt u een verband en vaak een kunststof spalk of gips voor ondersteuning gedurende de eerste 1 à 2 weken. Hierna start al gauw de mobilisatie: u gaat oefeningen doen om de elleboog, pols en vingers weer in beweging te krijgen. Tillen of duwen met de arm is verboden totdat de breuk genezen is (meestal circa 6 tot 8 weken). Eventuele draden of pinnen van een elastische nagel (TEN-nagel) of een externe fixator worden later weer verwijderd als het mogelijk is.
  • Revalidatie: Fysiotherapie is essentieel na een operatie om de onderarmfractuur te revalideren. U leert de onderarm weer soepel te bewegen ​​en bouwt de spierkracht geleidelijk op. Afhankelijk van de ernst van het letsel kan volledige revalidatie enkele maanden duren. Uiteindelijk is het doel dat u uw arm weer normaal kunt gebruiken in het dagelijks leven, werk en sport.

Prognose

De prognose bij een onderarmfractuur is afhankelijk van het type en de locatie van de breuk. Bij correcte stand en goede botheling is de kans op volledig herstel groot. Kinderen genezen doorgaans sneller. Bij volwassenen kan de kracht of rotatiebeweging tijdelijk beperkt blijven. Operaties brengen extra hersteltijd met zich mee, maar zijn vaak noodzakelijk voor een goed resultaat.

Conclusie

Een onderarmfractuur vraagt om nauwkeurige diagnostiek en opvolging. Met de juiste behandeling en revalidatie is het herstel meestal volledig, al vraagt het tijd om alle bewegingen en kracht terug te winnen.

Maak een afspraak

Online

Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.

Telefonisch

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Maak een afspraak

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Jouw arts(en)

No items found.

Lees ook

No items found.
Traumatologie
Behandelingen

Onderarmfractuur

Maak een afspraak
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Maak een online afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat.
Bel campus Sint-Jozef
Bel campus Sint-Elisabeth

Wij maken gebruik van cookies

We maken gebruik van cookies om gegevens m.b.t. de prestaties en het gebruik van deze website te verzamelen & analyseren, om sociale netwerkfunctionaliteiten aan te bieden en onze content & advertenties te verbeteren en personaliseren. Bekijk onze privacy policy voor meer informatie.