Traumatologie
Supracondylaire elleboogfractuur
Een supracondylaire elleboogbreuk komt vooral voor bij kinderen. Ontdek symptomen, behandeling en herstel bij Orthopedie Turnhout.
Inhoud
Supracondylaire elleboogfractuur
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Een supracondylaire elleboogbreuk is een breuk van het bovenarmbot (humerus) net boven het ellebooggewricht. Dit type elleboogbreuk zien we vooral bij kinderen en de breuk loopt vaak door de groeischijf (het kraakbeen waar het bot nog groeit). Meestal ontstaat deze breuk door een val op een gestrekte arm of een direct trauma op de elleboog.
Afhankelijk van de impact kan het gaan om een eenvoudige barst of om een verplaatste elleboogbreuk waarbij de botstukken niet meer op hun plaats zitten.
Bij wie komt het voor?
Een supracondylaire elleboogbreuk komt voor in verschillende leeftijdsgroepen, maar is vooral typisch bij kinderen:
- Kinderen: Supracondylaire elleboogbreuken zien we vooral bij kinderen tussen ongeveer 5 en 10 jaar. Bij kinderen is dit een van de meest voorkomende breuken van de bovenarm.
- Volwassenen: Hoewel deze breuk op deze plaats het vaakst bij kinderen voorkomt, kunnen ook volwassenen een elleboogbreuk oplopen. Bij volwassenen zien we elleboogbreuken doorgaans na een zwaar trauma (bijvoorbeeld een val van hoogte of verkeersongeval) of bij oudere personen met broze botten (osteoporose).
Wat zijn de symptomen?
Een supracondylaire elleboogbreuk presenteert zich met kenmerkende klachten rond de elleboog:
- Ernstige pijn: Een elleboogbreuk veroorzaakt meteen scherpe pijn rond de elleboog. Bewegen of iets opheffen met de arm verergert de pijn.
- Zwelling en blauwe plekken: Rond de elleboog ontstaat snel zwelling. Ook blauwe plekken kunnen verschijnen door bloeduitstorting.
- Bewegingsbeperking: Het wordt moeilijk of onmogelijk om de elleboog nog te bewegen door de pijn en de breuk. Vooral strekken of buigen van de elleboog lukt niet goed.
- Misvorming: Bij een ernstig verplaatste elleboogbreuk kan de elleboog er misvormd uitzien of in een abnormale stand staan. Soms voelt u een knik of trapje ter hoogte van de breuk.
- Tintelingen of doof gevoel: In zeldzame gevallen kan een gebroken elleboog een nabijgelegen zenuw of bloedvat beknellen. Dit kan leiden tot tintelingen in de vingers of een mindere doorbloeding van de hand (een bleke, koude hand).
Hoe stelt de arts de diagnose?
Om een supracondylaire elleboogbreuk vast te stellen, onderneemt de arts het volgende:
1. Anamnese: De arts vraagt wat er is gebeurd (bijvoorbeeld een val) en naar de symptomen. Ook zal gevraagd worden of u nog gevoel en beweging hebt in de vingers, om te controleren of er geen zenuwschade is.
2. Klinisch onderzoek: Bij onderzoek bekijkt de arts de stand van de elleboog en voelt voorzichtig aan de botten. Kenmerkend bij een elleboogbreuk is pijn bij beweging en druk op de elleboog. De arts controleert ook de doorbloeding (pols) en het gevoel in de hand om zeker te zijn dat er geen bloedvat of zenuw geraakt is.
3. Technisch onderzoek: Een röntgenfoto (RX) van de elleboog bevestigt vrijwel altijd de diagnose elleboogbreuk en toont de precieze breuklijn. Soms maakt men ook een vergelijking met een foto van de andere elleboog (vooral bij kinderen) om subtiele breuken beter op te sporen. Bij complexe elleboogbreuken of twijfel kan aanvullend een CT-scan nodig zijn.
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
De behandeling van een supracondylaire elleboogbreuk hangt af van de ernst van de breuk en de leeftijd van de patiënt:
Stap 1: Niet-operatieve behandeling (gips).
Gipsimmobilisatie: Als de botstukken niet of nauwelijks verplaatst zijn, kan een elleboogbreuk vaak behandeld worden met een bovenarmgips of spalk. De elleboog en vaak ook de bovenarm worden dan 4 tot 6 weken geïmmobiliseerd zodat de breuk kan genezen.
Pijnstilling en rust: Tijdens deze periode krijgt u pijnstillers en houdt u de arm hoog om zwelling te verminderen. Ook wordt u aangemoedigd om de vingers, pols en schouder voorzichtig te bewegen om stijfheid te voorkomen.
Controle: Regelmatige controles met röntgenfoto's volgen om na te gaan of de elleboogbreuk in het gips netjes op zijn plaats blijft. De orthopedisch chirurg kijkt of de botstukken goed uitlijnen terwijl de breuk geneest.
Stap 2: Operatieve behandeling.
Indicatie voor operatie: Is de elleboogbreuk verplaatst of instabiel, dan is een operatie nodig. Zeker bij kinderen is een nauwkeurige uitlijning belangrijk om latere groei- en functieproblemen te voorkomen.
Ingreep bij kinderen: Onder volledige narcose brengt de chirurg de botstukken weer in de juiste stand (repositie). Vervolgens worden de stukken vastgezet met metalen pinnen (k-draadjes) die door de huid in het bot worden geplaatst (gesloten reductie en pinning). Het kind krijgt dan een 3-tal weken gips. Na ongeveer 4 weken worden de pinnen verwijderd.
Ingreep bij volwassenen: Bij volwassenen dient deze breuk bijna steeds operatief te worden behandeld. Daartoe dient een bijkomende breuk te worden gemaakt in de ellepijp om zo aan de traumatische fractuur te kunnen raken. De botfragmenten worden met 2 platen en schroeven terug gefixeerd. Door de nabije aanwezigheid van bloedvaten en zenuwen, raken deze mogelijks gekwetst.
Na de operatie: U krijgt een drukverband of tijdelijk gips om de elleboog te ondersteunen. Bij pinnen steken de uiteinden vaak nog uit de huid; deze worden na 4-6 weken weer verwijderd. Indien de breuk gefixeerd wordt met plaat en schroeven, blijven deze zitten. U mag de vingers, pols en schouder voorzichtig blijven bewegen om stijfheid te voorkomen.
Revalidatie: Nadat het gips en de pinnen verwijderd zijn, start eventuele kinesitherapie om de elleboog opnieuw soepel te maken en kracht op te bouwen. Volledig herstel van een elleboogbreuk bij kinderen is doorgaans zeer goed. Bij volwassenen blijft er meestal enige gewrichtsverstijving over. In totaal duurt het herstel enkele weken tot maanden, afhankelijk van de ernst van de breuk.


Prognose
De prognose van een elleboogbreuk is meestal goed, zeker bij tijdige behandeling en correcte opvolging:
- Eenvoudige breuken: Bij eenvoudige, niet-verplaatste breuken is de kans op volledig herstel hoog.
- Gecompliceerde of open breuken: Deze kunnen meer restklachten geven, zoals stijfheid of krachtverlies.
- Kinderen versus volwassenen: Bij kinderen is het herstel doorgaans sneller en vollediger dan bij volwassenen. Bij volwassenen behoudt de elleboog bijna steeds een zekere stijfheid na dit type fractuur.
- Mogelijke complicaties: Door de nabije aanwezigheid van bloedvaten en zenuwen, kunnen deze mogelijks gekwetst raken tijdens het trauma of de ingreep.
Conclusie
Een elleboogbreuk is pijnlijk maar meestal goed behandelbaar. De juiste diagnose en opvolging bepalen in belangrijke mate het herstel. Snelle herkenning en passende behandeling beperken de kans op blijvende hinder.
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Jouw arts(en)
Veel gestelde vragen
Wat is een supracondylaire elleboogbreuk?
Een supracondylaire elleboogbreuk is een breuk van het bovenarmbot net boven de elleboog. Dit type breuk komt vooral voor bij kinderen tussen vijf en tien jaar.
Moet deze breuk altijd geopereerd worden?
Niet-verplaatste breuken behandelt men met een gips. Verplaatste breuken vragen een operatie waarbij de arts de breuk reponeert en met pinnen of schroeven fixeert.
Hoelang draagt mijn kind een gips?
Meestal vier tot zes weken. Nadien volgt een controle met rontgenfoto's en geleidelijke mobilisatie.
Wat zijn de risico's van deze breuk?
Bij een supracondylaire elleboogbreuk bestaat een risico op zenuwletsel of bloedvatproblemen. Daarom controleert de arts altijd het gevoel en de doorbloeding van de hand.
Hoelang duurt het volledig herstel?
Kinderen herstellen meestal volledig binnen drie tot vier maanden. Volwassenen hebben langere revalidatie nodig om stijfheid te vermijden.
Welke arts behandelt deze breuk in Turnhout?
Bij Orthopedie Turnhout volgen Dr. Thierry De Baets en Dr. Wouter Jak deze breuken op, met focus op vroege beweging en correcte uitlijning.

.png)
.png)