Traumatologie
Boksersfractuur
Een boksersfractuur is een breuk in de pinkknokkel. Lees over diagnose, behandeling en herstel bij Orthopedie Turnhout.
Inhoud
Boksersfractuur
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Een boksersfractuur is een breuk van het vijfde middenhandsbeentje, net onder de pink. Dit is een specifiek type metacarpaalfractuur – zo noemen we elke breuk van één van de vijf middenhandsbeentjes in de handpalm.
Een boksersfractuur ontstaat klassiek door een vuistslag tegen een hard voorwerp (bijvoorbeeld een muur of tijdens een gevecht). Hierbij breekt meestal de kop van het botje onder de pink. De knokkel van de pink ziet er daardoor ingezakt uit en je kunt soms een voelbare inkeping op de handrug merken.
Verwar een metacarpaalfractuur (middenhandsbreuk) niet met een gebroken handwortelbeentje. Handwortelbeentjes zijn de kleinere botjes in de pols – zoals een scaphoidfractuur in de pols – en zijn dus iets anders dan een middenhandsbreuk en vergen een andere behandeling.

Bij wie komt het voor?
Een boksersfractuur kan iedereen treffen, maar bepaalde groepen lopen meer risico:
- Jongeren en volwassenen (trauma): Een boksersfractuur komt vaak voor bij jongere mannen, typisch na agressief gedrag of een ongeluk waarbij men iets hard slaat. Ook bij contactsporten of vechtsporten kan een vuistslag eindigen in een boksersfractuur.
- Arbeidsongevallen: Een metacarpaalfractuur kan ook ontstaan door een zwaar voorwerp dat op de hand valt of de hand beknelt. Bijvoorbeeld een bouwvakker die iets op de hand krijgt, kan een middenhandsbeentje breken.
- Verkeer: Bij verkeersongevallen, zoals een val met de fiets of motor, kunnen meerdere middenhandsbeentjes tegelijk breken.
Wat zijn de symptomen?
Een gebroken middenhandsbeentje geeft directe pijn en functiebeperking van de hand:
- Lokale pijn en zwelling: de handrug rond het gebroken bot is pijnlijk, dik en soms blauw verkleurd. Druk op het gebied van de breuk, bijvoorbeeld op de knokkels, doet duidelijk pijn.
- Verandering van vorm: bij een boksersfractuur is de knokkel van de pink vaak naar beneden gezakt ten opzichte van de andere knokkels. De hand kan er misvormd uitzien, vooral bij meerdere breuken.
- Bewegingsbeperking: het maken van een vuist of bewegen van de pink lukt niet goed door de pijn en de afwijkende stand. Vooral kracht zetten (knijpen of iets vastgrijpen) is vrijwel onmogelijk.
- Crepitaties: soms voel je bij bewegen of drukken een krakend of knarsend gevoel op de plek van de breuk. Dit duidt erop dat de botfragmenten langs elkaar schuren.
- Eventueel huidletsel: meestal is de huid intact, maar bij een zeer scherpe breukpunt of slag op een ruw oppervlak kan er een kleine wond zijn. Let op voor een open fractuur (waarbij bot door de huid steekt) – dit vereist dringende medische zorg.
Hoe stelt de arts de diagnose?
De arts zal bij een vermoeden van een boksersfractuur het volgende doen:
Anamnese: Er wordt gevraagd hoe het handletsel is gebeurd. Een verhaal van een vuistslag of harde klap tegen iets duidt al richting een boksersfractuur. De arts vraagt of je de hand nog kan bewegen en of er gevoelsstoornissen zijn (om zenuwschade uit te sluiten).
Klinisch onderzoek: De hand en vingers worden geïnspecteerd op zwelling, stand en blauwe plekken. De arts vergelijkt de knokkels: bij een boksersfractuur is de vierde of vijfde knokkel vaak minder prominent. Ook laat men je voorzichtig proberen een vuist te maken; rotatieafwijking in de vingerlijn (bijvoorbeeld de pink die onder een verkeerde hoek wegdraait) wijst op een verkeerde stand van het bot. Er wordt gevoeld langs het middenhandsbeentje om de exacte pijnplek te bepalen. Ook controleert de arts of de vinger nog gestrekt en gebogen kan worden en of de buig- en strekpezen intact lijken. Beweeglijkheid van de vingers en doorbloeding of gevoel van de vingers worden gecontroleerd.
Aanvullend onderzoek: Een röntgenfoto van de hand wordt gemaakt om de breuk te bevestigen en details te zien. Op de röntgenfoto is duidelijk zichtbaar welk middenhandsbeentje gebroken is en of de botdelen verplaatst zijn. Soms zijn er meerdere breuken. In de regel volstaat een gewone röntgenfoto. Bij zeer complexe letsels of als er mogelijk schade aan gewrichten is, wordt een aanvullende CT-scan gedaan.
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Net als bij andere botbreuken hangt de behandeling af van de positie van de botstukken en de stabiliteit van de fractuur. De behandeling van een boksersfractuur of andere metacarpale breuk verloopt stap voor stap:
Stap 1: Eerste hulp. Bij vermoeden van een middenhandbreuk is het belangrijk de hand rust te geven. Verwijder ringen en sieraden meteen (door de zwelling kunnen ze knellen). Hou de hand omhoog (omhoog dragen of in een mitella) en koel met ijs (ingewikkeld in een doek) om zwelling en pijn te verminderen. Een tijdelijke spalk of het tapen van de gebroken vinger aan een buurvinger (buddy tape) kan de pijn verlichten en de metacarpaalfractuur tijdelijk stabiliseren.
Stap 2: Conservatieve behandeling. Veel boksersfracturen kunnen zonder operatie genezen. Vaak wordt een gipsverband of kunststof spalk aangelegd van de pols tot aan de ring- en pink. Na 1 week wordt een controlefoto gemaakt om te kijken of de stand goed blijft. Na ongeveer 4 weken mag de gips of spalk eraf en start je met oefentherapie om de stijf geworden hand weer soepel te maken.
Stap 3: Operatieve behandeling. Bij instabiele of complexere breuken kiest men voor een chirurgische ingreep. Indicaties voor operatie zijn bijvoorbeeld:
- Hoekstand of verkorting: een metacarpaal bot dat in een uitgesproken hoekstand staat of verkort is.
- Verplaatste fragmenten: een boksersfractuur waarbij de fragmenten ver uit elkaar staan.
- Open breuk: wanneer het bot door de huid komt.
De chirurg kan de botstukken fixeren met:
- Pinnen (Kirschner-draden): dunne metalen pinnetjes die door de huid steken.
- Schroeffixatie: één langere schroef die de fragmenten samenhoudt.
- Plaatosteosynthese: plaatjes en schroeven op het bot voor stevige fixatie.
Soms wordt bij meerdere breuken een combinatie van technieken gebruikt. Na de operatie krijg je meestal een gips of spalk voor een tweetal weken ter bescherming. Hierna begint geleidelijke mobilisatie onder begeleiding van een handtherapeut.

.webp)
Prognose
Een boksersfractuur geneest doorgaans goed. Na ongeveer 4-6 weken is het bot weer aaneengegroeid, en binnen 3 maanden herwinnen de meeste patiënten veel van hun handfunctie.
Een ongecompliceerde boksersfractuur leidt zelden tot blijvend functieverlies: de gripkracht in de hand herstelt meestal volledig. Wel kan de knokkel van de pink iets platter blijven staan, wat vooral een cosmetisch verschil is. Na gipsimmobilisatie wordt soms kinesitherapie gestart om stijfheid te verminderen en kracht op te bouwen.
Mogelijke complicaties zijn onder andere:
- Malunion: scheefheling van het bot, wat kan resulteren in een kromstand van de vinger of verminderde knijpkracht.
- Non-union: blijvende gevoelige verbinding als het bot niet vastgroeit, zeer zeldzaam.
- Stijfheid: stijfheid van hand of vingers door littekenvorming rond de gewrichten.
Dankzij goede behandeling zijn deze risico’s klein. Complexe letsels, zoals verbrijzeling of gecombineerd peesletsel, kunnen een langere revalidatie vergen en soms niet volledig herstellen. Gelukkig ervaren veruit de meeste patiënten na een middenhandsbreuk weer een vrijwel normaal handgebruik.
Conclusie
Een boksersfractuur is een veelvoorkomende breuk van een middenhandsbeentje in de hand, meestal door een klap of ongeval. Het is een type metacarpaalfractuur dat zich kenmerkt door een ingezakte knokkel en pijn in de hand.
De diagnose wordt gesteld met een röntgenfoto en de genezing wordt vaak zonder operatie bekomen. In ingewikkelde gevallen of bij verkeerde stand biedt een operatie met pinnen, een schroef of plaatjes een goede oplossing, zodat het bot correct geneest.
Met de juiste opvolging, inclusief handtherapie na immobilisatie, is de prognose uitstekend: het gebroken middenhandsbeentje groeit doorgaans goed weer aan elkaar en de handfunctie herstelt grotendeels.
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Veel gestelde vragen
Wat is een boksersfractuur?
Een boksersfractuur is een breuk in de hals van het vijfde middenhandsbeentje, dat naar de pinkknokkel loopt. De breuk ontstaat vaak na het slaan tegen een hard voorwerp.
Hoe herken ik een boksersfractuur?
De pinkknokkel is gezwollen, pijnlijk en steekt minder uit dan normaal. Vaak is de pink iets gedraaid bij het buigen van de vingers.
Moet een boksersfractuur altijd geopereerd worden?
Nee. De meeste boksersfracturen behandelt men met een spalk of buddy-taping gedurende drie tot vier weken. Bij sterke verplaatsing of rotatie volgt een operatie met pinnen of een plaatje.
Hoelang duurt het herstel?
Het bot heelt in vier tot zes weken. Volledig functioneel herstel volgt na zes tot acht weken oefeningen.
Mag ik blijven werken met een boksersfractuur?
Licht werk kan meestal direct, zwaar werk met de hand pas na zes tot acht weken. Volg het advies van je arts.
Welke artsen behandelen een boksersfractuur in Turnhout?
Bij Orthopedie Turnhout volgen Dr. Thierry De Baets, Dr. Marc Mombert en Dr. Anton Borgers boksersfracturen op.

.png)

