Hand & pols

Verstuikte pols

Wat te doen bij een verstuikte pols? Ontdek de symptomen, diagnose en behandeling van een verstuiking pols of gewrichtsbandletsel.

Inhoud

Verstuikte pols

Wat is het?

Een verstuikte pols is een blessure waarbij de gewrichtsbanden in de pols zijn uitgerekt of gedeeltelijk gescheurd. Dit wordt ook wel een polsverstuiking genoemd. In medische termen spreekt men van gewrichtsbandletsel van de pols. Bij een verstuikte pols komen de polsbanden onder teveel spanning te staan, meestal door een plotse beweging of val, waardoor kleine scheurtjes ontstaan in het bandweefsel. De pols wordt dan pijnlijk en dik, maar er is geen botbreuk.

Bij wie komt het voor?

Een verstuikte pols (gewrichtsbandletsels pols) kan iedereen overkomen, maar je ziet het vooral bij:

  • Sporters: Een verstuikte pols is een veelvoorkomende sportblessure. Sporten waarbij je kan vallen op de hand (bv. voetbal, hockey, skiën of skateboarden) leiden vaak tot dit gewrichtsbandletsel. Vooral jonge sporters lopen regelmatig een verstuikte pols op bij een val.
  • Ongelukken in het dagelijks leven: Een misstap van de trap, uitglijden op straat of een ongelukje thuis waarbij je met uitgestrekte arm probeert te landen, kan bij iedereen tot een verstuikte pols leiden.
  • Jongeren en jongvolwassenen: Zij zijn vaker fysiek actief en nemen meer risico’s, waardoor verstuikte polsen hier meer voorkomen.
  • Mensen met sterke botten: Bij een val of klap op de pols geldt vaak: als het bot niet breekt, vangen de gewrichtsbanden de klap op. Iemand met sterke botten krijgt dus eerder een polsverstuiking dan een breuk. (Omgekeerd zal bij iets oudere mensen eerder een breuk ontstaan dan een verstuiking.)

Wat zijn de symptomen?

Wanneer je een verstuikte pols hebt, merk je meestal de volgende symptomen:

  • Pijn in de pols: Meteen na het verzwikken of vallen ontstaat er polspijn. De pijn zit vaak rondom het gewricht en kan kloppend of zeurend zijn. Bewegen of iets vastpakken verergert de pijn.
  • Zwelling: De pols zwelt snel op na het letsel. Binnen korte tijd kan hij dik en gezwollen worden door vocht en een eventuele bloeduitstorting.
  • Bewegingsbeperking: Door de pijn en zwelling kun je de pols minder goed bewegen. Draaiende bewegingen of de pols buigen/strekken voelen beperkt of stijf aan.
  • Krachtsverlies: Een verstuikte pols voelt slap; iets dragen of steun nemen op de hand lukt minder goed door het gewrichtsbandletsel.
  • Blauwe plek: Soms verschijnt er na een dag een blauw-paarse verkleuring rond de pols. Dit komt door een bloeduitstorting als gevolg van de verstuiking.
  • Gevoeligheid: De pols kan zeer gevoelig zijn bij aanraking, vooral aan de kant waar de bandjes verrekt zijn.

Hoe stelt de arts de diagnose?

Bij een vermoeden van een verstuikte pols zal de arts het volgende doen:

  • Anamnese of vraaggesprek: De arts vraagt hoe het letsel is gebeurd (bijvoorbeeld een val op de hand of een verdraaiing). Ook wil hij weten waar de pijn zit en of je direct na het letsel iets voelde knappen of instabiliteit merkte.
  • Klinisch onderzoek: De pols wordt onderzocht op pijnpunten en stabiliteit. De arts voelt rond het polsgewricht om te bepalen welke banden pijnlijk zijn. Je wordt gevraagd de pols te bewegen of op iets te steunen (voorzichtig) om te zien welke beweging pijn doet. Vaak is er sprake van lokale drukpijn en zwelling bij een verstuiking.
  • Beeldvorming: Om zeker te weten dat er geen breuk is, wordt meestal een röntgenfoto van de pols gemaakt. Een gewone verstuikte pols laat op de foto geen botbreuken zien. De foto kan wel indirecte tekens tonen, zoals zwelling rond het gewricht. Als de pijn ernstig is of als de arts twijfelt aan ligamentaire letsel, kan in zeldzame gevallen een MRI-scan worden gepland om de gewrichtsbandletsels pols beter in beeld te brengen.

Wanneer naar een volgende stap?

Behandeling

De behandeling van een verstuikte pols is meestal conservatief (zonder operatie) en gebeurt in fases afhankelijk van de ernst van de verstuiking:

  • Stap 1: Eerste maatregelen (rust en steun). Direct na het oplopen van een polsverstuiking begin je met zelfzorg:
    • Rust: Laat de pols zoveel mogelijk met rust. Vermijd bewegingen die pijn doen.
    • Koelen: Leg de eerste 48 uur regelmatig een ice-pack of een zak met ijs (in een doek gewikkeld) op de gezwollen pols. Koelen vermindert pijn en zwelling.
    • Drukverband: Een licht drukverband of een elastische zwachtel rond de pols geeft tegendruk tegen de zwelling en steun aan het gewricht.- Hooghouden: Houd je arm omhoog (op een kussen of armleuning), vooral in de beginfase. Zo zakt de zwelling sneller.
    • Pijnstillers: Neem zo nodig paracetamol of een NSAID (zoals ibuprofen) om de pijn bij de verstuikte pols draaglijk te maken.
  • Stap 2: Immobilisatie en oefentherapie. Bij aanhoudende pijn of een matige verstuiking kan de arts extra maatregelen nemen:
    • Polsbrace of gips: Als de pols erg instabiel of pijnlijk is, krijg je mogelijk een polsbrace of tijdelijk gips voor ongeveer 1 à 2 weken. Dit zorgt ervoor dat de gewrichtsbanden kunnen herstellen zonder verdere rek.
    • Kinesitherapie: Zodra de ergste pijn en zwelling afnemen, kan je met enkele oefeningen onder begeleiding van een kinesist (fysiotherapeut) starten. Die laat je de pols rustig bewegen en versterkende oefeningen doen om de pols weer stabiel te maken. Oefentherapie voorkomt ook dat je pols stijf wordt.
    • Infiltratie: In sommige gevallen, als de pijn blijft aanslepen, kan de arts een inspuiting (injectie) met corticosteroïden overwegen in de pols. Dit kan de ontstekingsreactie verminderen en de pijn tijdelijk verlichten, zodat je beter kunt oefenen. (Injecties worden echter zelden gebruikt bij bandletsels.)
  • Stap 3: Operatie (zelden nodig). Alleen bij zeer ernstige gewrichtsbandletsels in de pols, waarbij een of meerdere polsbanden volledig gescheurd zijn en de pols erg instabiel is, kan een operatieve behandeling nodig zijn:
    • Hechten of reconstructie: De chirurg kan proberen de gescheurde band te hechten. Indien de band niet direct te hechten is (bijvoorbeeld omdat het letsel pas laat ontdekt wordt), kan een reconstructie met een stuk peesweefsel uitgevoerd worden om de functie van de polsband te herstellen.
    • Nabehandeling: Na een eventuele operatie volgt gipsimmobilisatie voor enkele weken, daarna intensieve handtherapie. Operaties voor een verstuikte pols zijn uitzonderlijk; in veruit de meeste gevallen geneest dit letsel zonder chirurgie.

Prognose

Een verstuikte pols geneest in de meeste gevallen volledig met de juiste aanpak. Milde verstuikingen verbeteren vaak binnen enkele weken: de pijn zakt weg en je kunt de pols weer normaal bewegen. Zwaardere verstuikingen (waarbij banden deels ingescheurd zijn) kunnen enkele weken tot maanden nodig hebben voor volledig herstel. Tijdens de revalidatie is het belangrijk de oefeningen vol te houden en niet te snel te herstarten met sport of zware belasting, om herhaalde gewrichtsbandletsels te voorkomen. Gelukkig is de prognose goed: na herstel kun je je pols doorgaans weer net zo gebruiken als voorheen. Slechts in zeldzame gevallen, bij zeer zware bandletsels, blijft de pols iets minder stabiel of gevoelig bij zware belasting. Vroegtijdig behandelen en revalideren minimaliseert dat risico.

Conclusie

Een verstuikte pols (polsverstuiking) is een veelvoorkomend letsel waarbij de gewrichtsbanden van de pols oprekken of scheuren. Het veroorzaakt pijn, zwelling en een beperkte polsbeweging, maar gelukkig is het herstel meestal vlot met conservatieve maatregelen. Door rust, koelen en eventueel een brace krijgt het gewrichtsbandletsel de kans om te genezen. Met goede follow-up en oefentherapie zal je je pols geleidelijk weer volledig kunnen gebruiken. Raadpleeg een arts bij twijfel over een polsblessure, zodat een eventuele breuk wordt uitgesloten en je het juiste advies krijgt voor een snel herstel.

Maak een afspraak

Online

Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.

Telefonisch

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Hand & pols
Behandelingen

Verstuikte pols

Wat?

De pols is een complex gewricht dat naar functie kan worden onderverdeeld in een draaigewricht (tussen spaakbeen en ellepijp) en het gewricht tussen de onderarm en de handwortelbeentjes.

Deze gewrichten worden onder andere gestabiliseerd door gewrichtsbanden of ligamenten die beweging toelaten, maar kunnen weerstaan aan belasting. De spieren en pezen rond het gewricht stabiliseren de pols tijdens toenemende belasting.
In de pols zijn letsels aan het scafo-lunaire ligament (tussen scafoïd en lunatumbeentje) of aan het TFCC (triangulair fibro-cartilagineus complex) het meest frequent. Het TFCC is een soort meniscus in de pols die ook het draaigewricht stabiliseert. 

Ligament letsels van de pols worden vaak miskend, correcte en snelle diagnose is echter belangrijk voor een goede behandeling en optimale uitkomst.

Wie?

Ligamentaire letsels ontstaan meestal na een val op uitgestrekte pols of door een geforceerde draaibeweging van de pols (blokkerende boor of val achterover) en worden vaker gezien bij jongere actieve patiënten. Het type scheur en uitgebreidheid hangt af van het soort trauma en de ernst van het trauma.
Deze letsels worden vaak gezien bij sporters of manueel werkers.
Scheuren van één van de gewrichtsbanden kunnen aanleiding geven tot pijn en/of instabiliteit van de pols.

Welke klachten?

Scafo-lunair letsel:

Polspijn, meestal aan de bovenzijde van de pols, verminderde knijpkracht bij dagelijkse activiteiten, ook opdrukken is typisch pijnlijk. Over het verloop van jaren kan er versneld artrose of slijtage in de pols gaan optreden (SLAC wrist, zie polsarthrose).

TFCC letsel:

De klachten zijn afhankelijk van de plaats en uitgebreidheid van het letsel. Grote scheuren van de aanhechting van het TFCC op het kapsel of een scheur van de aanhechting op de ellepijp (ulna) geven aanleiding tot instabiliteit van het draaigewricht van de pols. Het dragen van zwaardere lasten, en zeker kracht met draaibeweging, lokt pijn of een verspringend gevoel uit. Typische handelingen zoals het uitgieten van een fles of kookpot.

Kleinere perifere TFCC scheuren of centrale TFCC scheuren geven aanleiding tot polspijn.

Onderzoeken

Het klinisch onderzoek is een eerste en belangrijke stap. Beeldvorming geeft informatie over de toestand van de gewrichtsbanden maar een goed onderzoek door een handchirurg met ervaring in deze letsels geeft informatie over de stabiliteit van het gewricht.

Klassieke radiografie kan bij volledige of scheuren van het scafolunaire ligament afwijkingen tonen, maar zijn vaak normaal. Daarom worden deze ligamentletsels vaak niet erkend
Een MRI-scan of arthroCT-scan van de pols (met contraststof) geven de meeste informatie. 

Arthroscopie of kijkoperatie van de pols: indien klinisch zeer verdacht en indien beeldvorming geen duidelijkheid geeft over de diagnose, kan een diagnostische kijkoperatie van de pols gebeuren.
Als er op het moment van de kijkoperatie een letsel gezien wordt kan dit vaak meteen worden hersteld.

Wie kan hierbij helpen?

Onze handchirurgen hebben een ruime ervaring in de diagnose en behandeling van deze letsels. Arthroscopische, minimaal invasieve behandeling van deze ligament letsels wordt in onze dienst uitgevoerd door dr. Borgers.

Bij langdurig bestaande letsels kan een herstel van het scafolunaire ligament niet meer mogelijk zijn, in dat geval dient een reconstructie van het scafolunaire ligament te gebeuren met een peesgreffe. Hiervoor zijn meerdere technieken beschreven afhankelijk van het type letsel.

Welke behandelingen zijn mogelijk?

Onvolledige ligament letsels, zonder instabiliteit, kunnen behandeld worden met een periode van immobilisatie in een gips of brace. Dit is noodzakelijk om de gewrichtsbanden te laten helen. Nadien wordt dit aangevuld met specifieke oefentherapie (stabilisatietraining) onder begeleiding van een handkinesitherapeut.

Bij acute of recente letsels met instabiliteit dient het scafolunaire ligament hersteld of gehecht worden.

In de laatste jaren gebeurt de behandeling van deze gewrichtsbandletsels minimaal invasief via kijkoperatie (arthroscopisch). Deze techniek heeft als voordeel dat er minder weke delen schade moet worden aangericht waardoor het herstel sneller en vlotter verloopt dan bij de klassiek open procedure.

Eventueel specifieke nazorg?

Scafolunair herstel: 6 weken polsgips, nadien nog brace en handtherapie
Scafolunaire reconstructie: 6 weken polsgips, nadien nog brace en handtherapie

TFCC letsel:
Perifere TFCC hechting: 6 weken polsgips
Foveale TFCC hechting: (vasthechten op de ellepijp):  2 weken ellebooggips, 4 weken polsgips, nadien handtherapie

Eventueel mogelijke complicaties?

Scafolunair herstel: verstijving van de pols, blijvende instabiliteit, krachtsvermindering

TFCC letsels: irritatie door het hechtingsmateriaal (voorbijgaand), letsel van de huidzenuw van de n. ulnaris, peesletsel (zeer zeldzaam)

Maak een afspraak
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Maak een online afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat.
Bel campus Sint-Jozef
Bel campus Sint-Elisabeth

Wij maken gebruik van cookies

We maken gebruik van cookies om gegevens m.b.t. de prestaties en het gebruik van deze website te verzamelen & analyseren, om sociale netwerkfunctionaliteiten aan te bieden en onze content & advertenties te verbeteren en personaliseren. Bekijk onze privacy policy voor meer informatie.