Hand & pols
Polsinstabiliteit
Polsinstabiliteit veroorzaakt pijn en wegzakkend gevoel bij belasting. Lees oorzaken, diagnose en behandelmogelijkheden.
Inhoud
Polsinstabiliteit
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Instabiliteit van de pols betekent dat de gewrichten in de pols te veel speling hebben en niet stabiel zijn. Normaal zorgen de gewrichtsbanden ervoor dat de handwortelbeentjes stevig op hun plek blijven bij bewegingen. Bij polsinstabiliteit zijn één of meerdere gewrichtsbanden (ligamenten) beschadigd of laks, waardoor de handwortelbeentjes ten opzichte van elkaar kunnen verschuiven. Dit kan ontstaan na een trauma (bijvoorbeeld een val op de pols) waarbij banden scheuren, of geleidelijk bij mensen met aangeboren hypermobiliteit. Instabiliteit kan beperkt zijn tot één deel van de pols (bijv. tussen scaphoid en lunatum) of de hele pols omvatten.

Bij wie komt het voor?
Polsinstabiliteit komt vooral voor bij:
- Jongvolwassenen na een polstrauma: bijvoorbeeld na een harde val of sportletsel waarbij een ligament inscheurt. Een bekende oorzaak is een scheur van het scapholunaire ligament na een val op de uitgestrekte hand.
- Mensen met bindweefselzwakte of hypermobiliteit: zij kunnen van nature iets soepelere banden hebben, waardoor gemakkelijker lichte instabiliteit ontstaat bij belasting.
- Chronische overbelasting of repetitieve strain: herhaaldelijke bewegingen of trillingen (bv. met zwaar handgereedschap werken) kunnen op termijn de polsbanden verzwakken, al is dit minder gebruikelijk.
- Onvoldoende herstelde polsblessures: als een eerder verstuikte pols niet goed rust heeft gehad of de band niet goed is genezen, kan restinstabiliteit blijven bestaan.
Wat zijn de symptomen?
Bij polsinstabiliteit kun je last hebben van:
- Pijn en zwakte: een instabiele pols voelt vaak pijnlijk bij bepaalde bewegingen of bij het dragen van gewicht. Ook kun je minder kracht zetten, bijvoorbeeld moeite hebben om een pot open te draaien of op te duwen vanuit een stoel.
- Klikkend of klunkend geluid: je kunt met beweging een klik, klunk of knak in de pols voelen of horen. Dit duidt erop dat de botjes ten opzichte van elkaar verschuiven.
- Instabiliteitsgevoel: het voelt alsof de pols “wegzakt” of niet betrouwbaar is, vooral bij draaibewegingen of bij druk op de pols in gebogen stand.
- Zwelling of irritatie: na activiteiten kan de pols licht gezwollen raken of stijf aanvoelen. Soms is er een chronische lichte zwelling aanwezig.
- In sommige gevallen zie je bij gevorderde instabiliteit lichte standsafwijkingen op de röntgenfoto of een voelbare afwijking aan de achterkant van de pols.
Hoe stelt de arts de diagnose?
Diagnose van polsinstabiliteit gebeurt door:
- Anamnese of vraaggesprek:
De arts vraagt naar ongevallen of trauma’s in het verleden. Uitlokkende bewegingen die een instabiliteitsgevoel of een klikkend geluid veroorzaken worden bevraagd. Onderliggende aandoeningen zoals hyperlaxiteit worden nagekeken. - Klinisch onderzoek:
De arts zal de pols bewegen en testen op stabiliteit op verschillende niveaus in de pols. Er bestaan specifieke testen, zoals de Watson-test, waarbij de arts druk geeft op het scaphoid (handwortelbeentje thv de duimzijde van de pols) terwijl je de pols van de pinkzijde naar de duimzijde beweegt; een duidelijke "klunk" kan wijzen op een scapholunaire instabiliteit. Ook wordt de pols vergeleken met de andere kant. - Röntgenfoto’s: in sommige gevallen zijn speciale röntgenopnames onder belasting nodig. Hierbij houd je bijvoorbeeld de polsen in vuistpositie of in bepaalde hoeken om te kijken of er afwijkende verplaatsing tussen de botjes is. Een zichtbaar wijder wordende gewrichtsspleet tussen bepaalde handwortelbeentjes wijst op ligamentletsel.
- MRI of CT-scan: een MRI kan de ligamenten zelf in beeld brengen en laten zien of er scheuren zijn. Een CT-scan kan kleine verschuivingen of beginnende slijtage door langdurige instabiliteit tonen. Soms wordt een arthrogram uitgevoerd (contrastvloeistof in het polsgewricht) om lekken door gescheurde structuren te zien.
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Afhankelijk van de locatie, ernst en duur van de instabiliteit zijn er meerdere stappen:
- Stap 1: Conservatieve behandeling.
Bij milde instabiliteit of een recente verrekking van polsbanden start men met een niet-operatieve aanpak. Dit omvat rust, eventueel het dragen van een polsbrace of gips gedurende enkele weken om de banden te laten herstellen, gevolgd door fysiotherapie. De therapie richt zich op het versterken van de spieren rond de pols (die extra steun kunnen geven) en het verbeteren van de coördinatie. Je leert ook welke bewegingen of belastingen je beter kunt vermijden. - Stap 2: Operatief herstel van banden.
Als de instabiliteit ernstig is (bijvoorbeeld een volledig afgescheurd belangrijk ligament) of de klachten blijven aanhouden, kan een operatie nodig zijn. In acute situaties kan de chirurg proberen het gescheurde ligament weer vast te hechten. In andere gevallen wordt een reconstructie gedaan: met behulp van een pees (van de eigen arm) wordt het ligament nagemaakt om de pols weer stabiel te krijgen. Vaak worden tijdelijk pinnen in de pols geplaatst om de positie van de botjes te handhaven terwijl de herstelde band geneest. - Stap 3: Salvage-operaties bij langdurige instabiliteit.
Bij instabiliteit die te laat is opgemerkt en heeft geleid tot slijtage (artrose) van de pols, zal een bandherstel alleen niet voldoende zijn. In zulke gevallen kunnen zogeheten salvage-ingrepen nodig zijn. Een voorbeeld is een gedeeltelijke polsfusie: bepaalde handwortelbeentjes worden vastgezet (geheel of gedeeltelijk) om verdere pijnlijke beweging te voorkomen, terwijl je nog wel wat polsbeweging behoudt. Ook kan eventueel een prothese of volledige polsarthrodese (geheel vastzetten) overwogen worden in uiterste gevallen.
Prognose
De vooruitzichten bij polsinstabiliteit hangen af van de locatie en ernst van het letsel. Een lichte polsinstabiliteit door een verrekking kan met brace en oefentherapie vaak goed verbeteren, al moet je voorzichtig blijven om niet opnieuw de pols te overbelasten. Bij een succesvolle operatie ter herstel van een ligament is de pols vaak weer steviger, maar het revalidatieproces is langdurig (meerdere maanden) en je houdt soms enige beperking in bewegingsvrijheid. Als er al slijtage is opgetreden, blijft de pols een zwakke plek en kan er chronische pijn of stijfheid blijven bestaan. Toch kan zelfs bij chronische instabiliteit een gerichte behandeling de situatie aanzienlijk verbeteren en pijn verminderen.
Conclusie
Instabiliteit van de pols is een probleem dat je dagelijkse handelingen kan beïnvloeden. Vroege herkenning van polsinstabiliteit – bijvoorbeeld na een polsletsel dat niet geneest – is belangrijk. Met de juiste aanpak, variërend van een eenvoudige brace met kinesitherapie tot geavanceerde operaties, kan de pols vaak weer voldoende stabiel gemaakt worden. Hierdoor vermindert de pijn en neemt het vertrouwen in de pols toe, zodat je je hand weer met meer zekerheid kunt gebruiken.
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

