Traumatologie

Supracondyclaire femurfractuur (kniebreuk)

Een supracondylaire femurfractuur is een breuk net boven de knie (kniebreuk). Lees alles over symptomen, diagnose, behandeling en kniebreuk herstel.

Inhoud

Supracondyclaire femurfractuur (kniebreuk)

Wat is het?

Een supracondylaire femurfractuur is een breuk van het onderste deel van het dijbeen, net boven het kniegewricht. Supracondylair betekent “boven de gewrichtsknobbels (condylen)” van de femur. Deze breuk wordt in het dagelijks taalgebruik soms een kniebreuk genoemd, hoewel “kniebreuk” ook andere breuken rond de knie kan betekenen. Concreet gaat het om een fractuur van de distale femur (het dijbeen nabij de knie) waarbij de breuklijn zich boven en/of door het kniegewricht bevindt. Vaak breekt het bot in meerdere stukken en kan de breuk zich uitbreiden tot in het kniegewricht zelf (intra-articulaire fractuur). Supracondylaire femurfracturen komen zowel voor bij jonge mensen (meestal door hoogenergetisch trauma) als bij ouderen (vaak door val op een reeds verzwakt bot). Deze letsels zijn complex omdat het kniegewricht betrokken kan zijn en omdat correcte uitlijning essentieel is voor een goede kniefunctie.

Bij wie komt het voor?

Supracondylaire femurfracturen zien we onder andere bij:

  • Oudere personen met osteoporose: Bij mensen op leeftijd (vooral vrouwen) kan het bot boven de knie brozer zijn. Een relatief onschuldige val kan bij osteoporose leiden tot een breuk net boven de knie. Soms gebeurt dit tijdens activiteiten als fietsen of gewoon binnenshuis.
  • Hoogenergetische ongevallen bij jongeren: Jonge patiënten lopen dit letsel vaak op door een zeer grote impact, zoals een auto-ongeluk (waarbij de knieën tegen het dashboard slaan) of een sportongeval (bijvoorbeeld met hoge snelheid tegen een boom skiën of een motorcross ongeval). In deze groep zijn de breuken vaak verplaatste en verbrijzelde fracturen.
  • Patiënten met knieprothese: Een speciale subgroep – die we elders als periprothetische kniefractuur bespreken – zijn mensen met een knieprothese die vlak boven die prothese een breuk oplopen. Dit kan als complicatie na een kunstknie voorkomen, meestal bij een val.

Wat zijn de symptomen?

Een supracondylaire femurfractuur (kniebreuk) leidt tot symptomen die deels lijken op die van een gebroken knie of bovenbeen:

  • Ernstige pijn rond de knie: Direct na het letsel ontstaat er felle pijn aan de onderkant van het dijbeen en in de knie. De pijn wordt erger bij enige beweging of poging om het been te bewegen.
  • Zwelling van de knie: Het kniegewricht zwelt snel op. Omdat de breuk vaak doorloopt tot in het gewricht, vult het gewricht zich met bloed (hemartrose), wat de knie strak doet aanvoelen en zichtbare zwelling veroorzaakt. Ook erboven, in het gebied van de dij, kan zwelling zitten.
  • Deformiteit: Bij een verplaatste fractuur kan de stand van het bovenbeen t.o.v. de knie afwijkend zijn. Soms zie je dat het been net boven de knie een hoek maakt, of dat het onderbeen scheef onder het bovenbeen staat. Ook kan het zijn dat het hele been iets verkort lijkt.
  • Bewegingsbeperking: Het slachtoffer kan de knie niet meer buigen of strekken door de pijn en de mechanische belemmering. Proberen te staan is onmogelijk; de knie voelt instabiel en zakt direct door bij steunname.
  • Crepiteren en instabiliteit: Als men (zoals een arts of hulpverlener) de knie heel voorzichtig beweegt, kan er een krakend gevoel zijn ter hoogte van de breuk.
  • Hematoom: Na verloop van uren tot dagen kan een uitgebreide blauwe plek verschijnen rond de knie, soms uitstralend naar het dijbeen of de kuit.
  • Eventueel huidletsel: Als de fractuur door de huid prikt (open breuk), ziet men een wond met mogelijk botfragmenten die zichtbaar zijn. Gelukkig zijn open breuken hier minder frequent dan bij schachtbreuken van het bovenbeen, maar ze komen voor bij zeer hoge impact.

Hoe stelt de arts de diagnose?

Om een supracondylaire femurfractuur te diagnosticeren, zal de arts:

1. Anamnese: nagaan hoe het letsel is gebeurd (val, ongeluk, etc.) en de klachten. De onmogelijkheid om recht te staan en de onmiddellijke zwelling duiden op een fractuur of ernstige knieletsels. Als het een oudere patiënt betreft, informeert de arts ook naar osteoporose en eerdere fracturen.

2. Inspectie en onderzoek: De arts bekijkt de stand van het been. Is er een hoek of abnormale beweeglijkheid net boven de knie, dan is dit een belangrijk teken. Extreme pijn ter plaatse van de supracondylaire regio bevestigt de vermoedelijke breuk. Neurovasculair onderzoek is essentieel: de arts controleert de pulsaties in de voet (om te zien of de slagader in de knieholte niet beschadigd is) en test het gevoel en de beweging in de voet en tenen (om zenuwuitval uit te sluiten). Bij sterke vervorming kan er tractie op vaten/zenuwen zijn, dus dit wordt goed nagegaan. Elke eventuele wonde wordt beoordeeld (grootte, diepte, vervuiling).

3. Beeldvorming:
Röntgenfoto’s van knie en distale femur:
Hierop ziet men de breuklijn(en) net boven de knie. Ook is zichtbaar of er een verplaatsing is tussen de botdelen.
CT-scan: Bij vrijwel alle complexe supracondylaire fracturen (vooral indien het gewricht betrokken is) wordt een CT-scan van de knie gemaakt. Hiermee krijgt de chirurg een gedetailleerd 3D-beeld van de fractuur, wat belangrijk is voor de operatieve planning – men ziet hoe de gewrichtsoppervlakken staan en hoeveel fragmenten er zijn.
MRI: Zelden nodig voor de diagnose van de breuk.

Wanneer naar een volgende stap?

Behandeling

De behandeling van een supracondylaire femurfractuur is vaak operatief, met als doel de normale anatomie van het kniegewricht te herstellen en het been weer stabiel te maken. Men volgt doorgaans deze stappen:

Stap 1: Acute fase – immobilisatie en pijnbestrijding: onmiddellijk na het trauma wordt het been gestabiliseerd met een spalk of vacuümmatras. Op de spoedafdeling zal men een tijdelijke immobilisatie aanleggen, bijvoorbeeld een gips of een kniebrace. Dit voorkomt verdere schade en verlicht de pijn. De patiënt krijgt adequate pijnstilling. Het been wordt vaak omhoog gelegd en gekoeld met ijs om de zwelling te beperken. 

Stap 2: Conservatieve behandeling (zonder operatie): In sommige situaties kan een supracondylaire femurfractuur zonder operatie behandeld worden, maar dit is eerder uitzondering. Een niet-operatieve behandeling is enkel mogelijk bij minimaal verplaatste fracturen (botstukken liggen goed in lijn), breuken die niet in het gewricht lopen, of patiënten die wegens medische redenen een operatie niet aankunnen. In die gevallen krijgt de patiënt een bovenbeengips of brace van de lies tot enkel om het been recht te houden. Men mag dan gedurende ~6 weken niet op het been steunen. Vaak is men aangewezen op een rolstoel voor verplaatsing. Tijdens deze periode controleren artsen met röntgenfoto’s of de botstukken niet verschuiven. Na ongeveer 6-8 weken begint de breuk te helen en kan men de immobilisatie afbouwen, gevolgd door intensieve kiné om de knie weer te laten bewegen. Deze aanpak heeft als nadeel een langere bedlegerigheid en kans op gewrichtsstijfheid. Daarom wordt conservatieve behandeling alleen gekozen bij eenvoudige, niet verplaatste breuken of als een operatie te risicovol is.

Stap 3: Operatieve behandeling: De meerderheid van de supracondylaire femurfracturen wordt geopereerd, omdat dit de beste kans op het herstellen van de anatomie en vroege mobilisatie geeft. De operatietechniek hangt af van de breuk:

Interne fixatie met platen/schroeven: Meestal zal de chirurg een of twee speciale platen aanbrengen langs het bovenbeen. Allereerst worden tijdens de operatie de losse botstukken van het gewricht (condylen) weer precies tegen elkaar geplaatst om een vlak gewrichtsoppervlak te verkrijgen. Deze worden vaak onderling verbonden met enkele schroeven. Vervolgens wordt de plaat aangebracht om ook de verbinding tussen de knie en de schacht van het dijbeen te herstellen. Meestal is een plaat aan de buitenzijde van het bovenbeen voldoende. Bij sommige complexe breuken worden twee platen gebruikt (één aan buitenzijde en één aan binnenzijde).

Intramedullaire nagel: In bepaalde gevallen kan een intramedullaire nagel gebruikt worden die in het bovenbeen geplaatst wordt, vooral bij eenvoudige breuken die niet tot in het gewricht lopen. De nagel wordt ook met schroeven vastgezet boven en onder de breuk.

Externe fixatie (tijdelijk): Bij zeer ernstige verwondingen, bijvoorbeeld open breuken met veel weefselschade, kan eerst een externe fixateur geplaatst worden om het been tijdelijk te stabiliseren en de weke delen te laten herstellen. Later volgt dan de definitieve interne fixatie.

De revalidatie na de ingreep start vaak snel: afhankelijk van de stabiliteit van de fixatie mag men de knie al voorzichtig beginnen bewegen. Dit is belangrijk om stijfheid te voorkomen. Belasten van het been wordt meestal uitgesteld: meestal geldt een gedeeltelijk of volledig steunverbod voor minstens 6 weken. De precieze termijn hangt af van hoe stevig de breuk gefixeerd is en de graad van genezing. Ondertussen gebruikt de patiënt een rolstoel of loopt hij/zij met een looprek/krukken zonder op het been te steunen. De fysiotherapeut helpt met spieroefeningen en met voorzichtig de knie te buigen. De revalidatie is intensief, zeker als de breuk in het gewricht was, omdat men dan moet proberen het kniegewricht weer soepel en sterk te krijgen terwijl het bot geneest.

Prognose

Het herstel na een supracondylaire femurfractuur is vaak een langdurig proces, maar met de juiste behandeling kan een goed resultaat worden behaald:

  • Botheling: Het gebroken bot zal, mits goede fixatie, in de regel binnen ~3 maanden vastgroeien. Bij ouderen of complexe fracturen kan het langer dan 3 maanden duren voordat de breuk volledig genezen is. Zolang de fractuur niet volledig aan elkaar is gegroeid, moet volledige belasting vermeden worden om het implantaat niet te overbelasten. Bij controle foto's na 6, 12 weken en later ziet men geleidelijk callusvorming (nieuw bot).
  • Kniefunctie: De grootste uitdaging na dit letsel is het herstel van de kniefunctie. Doordat de breuk rond het gewricht zit, is er een risico op blijvende stijfheid of beperking in de knie. Met intensieve kiné begint men al vroeg te werken aan buigen en strekken. Veel patiënten halen weer een functionele beweeglijkheid, maar het is mogelijk dat de knie nooit meer de volledige mobiliteit haalt. Een lichte blijvende bewegingsbeperking is niet ongewoon (bijvoorbeeld strekken tot 5° en buigen tot 100-120°).
  • Kracht en stabiliteit: Na genezing wordt gewerkt aan krachtopbouw van de quadriceps en hamstrings. In het begin kan de knie instabiel aanvoelen, maar in de meeste gevallen herstelt de stabiliteit door genezing van de botstructuren en versterking van de spieren en kapsel.
  • Kniepijn en artrose: Omdat het gewricht betrokken kan zijn bij dit soort fracturen, bestaat er kans op posttraumatische artrose (slijtage) op langere termijn. Dit betekent dat jaren na de fractuur slijtage in de knie kan ontstaan, wat pijn en stijfheid geeft. Vooral als de gewrichtsoppervlakken niet perfect meer uitgelijnd zijn of kraakbeen schade hebben opgelopen. In ernstige gevallen zou dan in de toekomst een knieprothese nodig kunnen zijn, maar dit is lang niet bij iedereen zo. Op kortere termijn (eerste 1-2 jaar) zal de patiënt wel enige mate van kniepijn ervaren bij belasting, die gaandeweg verbetert.
  • Complicaties: Mogelijke complicaties zijn niet-helen van de breuk (waardoor een tweede operatie nodig is), infectie van het operatiegebied (vooral bij open breuken of mensen met lage immuniteit), of irritatie door het metaal (sommige platen kunnen prominent zijn, vooral bij dunne patiënten, en kunnen later eventueel verwijderd worden).
  • Langetermijnprognose: Veel patiënten kunnen na een jaar weer normaal wandelen zonder hulpmiddel, fietsen, autorijden en lichte sport/beweging doen. Intensieve impact sporten (zoals hardlopen) kunnen moeilijk blijven als er artrose ontstaat of bewegingsbeperking. Maar activiteiten als zwemmen, fietsen, wandelen gaan doorgaans goed.

Conclusie

Een supracondylaire femurfractuur is een gecompliceerde breuk net boven de knie. Ze ontstaat door een zware impact bij jongere patiënten of relatief kleine trauma bij osteoporotische ouderen. Kenmerkend zijn kniepijn, zwelling, misvorming en onvermogen de knie te bewegen of het been te belasten. De diagnose wordt bevestigd met een röntgenfoto en CT. De behandeling bestaat meestal uit chirurgie: de botstukken worden teruggeplaatst en vastgezet met platen en schroeven of een nagel. Hierna volgt een lange revalidatieperiode waarin de knie geleidelijk weer bewogen en belast wordt. Conservatieve behandeling komt slechts beperkt in aanmerking en leidt tot langdurige immobilisatie. Dankzij chirurgische ingrepen kan de knie-anatomie vaak goed hersteld worden, waardoor de patiënt op termijn weer een stabiele en redelijk beweeglijke knie kan krijgen. Volledig herstel (in termen van beweging en kracht) vergt geduld en intensieve kinesitherapie – het kniebreuk herstel kan enkele maanden tot een jaar in beslag nemen. Uiteindelijk is het merendeel van de patiënten in staat dagelijkse activiteiten weer te doen, zij het dat sommigen een lichte restbeperking of -pijn houden. Vroege mobilisatie, nauwgezette revalidatie en opvolging door de chirurg zijn cruciaal om het best mogelijke functionele resultaat te behalen.

Maak een afspraak

Online

Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.

Telefonisch

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Maak een afspraak

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Jouw arts(en)

No items found.

Lees ook

No items found.
Traumatologie
Behandelingen

Supracondyclaire femurfractuur (kniebreuk)

Maak een afspraak
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Maak een online afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat.
Bel campus Sint-Jozef
Bel campus Sint-Elisabeth

Wij maken gebruik van cookies

We maken gebruik van cookies om gegevens m.b.t. de prestaties en het gebruik van deze website te verzamelen & analyseren, om sociale netwerkfunctionaliteiten aan te bieden en onze content & advertenties te verbeteren en personaliseren. Bekijk onze privacy policy voor meer informatie.