Traumatologie

Periprothetische kniefractuur (breuk knieprothese)

Een periprothetische kniefractuur is een botbreuk rond een knieprothese (kunstknie). Ontdek de symptomen, diagnose en behandeling.

Inhoud

Periprothetische kniefractuur (breuk knieprothese)

Wat is het?

Een periprothetische kniefractuur is een breuk in het bot rondom een knieprothese. Met andere woorden: iemand met een kunstknie (knieprothese) loopt een botbreuk in het dijbeen of scheenbeen net boven of onder de knieprothese op. In de praktijk gaat het meestal om een breuk van het distale femur (onderkant dijbeen) boven een totale knieprothese. Minder vaak betreft het een breuk onder de prothese (ter hoogte van het scheenbeen) of een knieschijfbreuk. Een periprothetische kniefractuur gebeurt vaak door een valtrauma bij oudere patiënten die een knieprothese hebben. Het aanwezige implantaat maakt de behandeling complex, want naast fractuurgenezing moet men rekening houden met de stabiliteit en eventuele beschadiging van de knieprothese.

Bij wie komt het voor?

Een periprothetische kniefractuur komt voornamelijk voor in de volgende situaties:

  • Patiënten op leeftijd met een knieprothese: De typische patiënt is iemand die al enkele jaren (of langer) een totale knieprothese heeft en nu ouder is (meestal 70+). Valpartijen komen vaker voor op oudere leeftijd, en door de kunstknie en de aanwezigheid van osteoporose is het bot kwetsbaarder. Een val kan leiden tot een breuk boven of onder de prothese.
  • Soms spelen slijtage of loslating van de delen van de kunstknie een rol: als een prothese jarenlang aanwezig is, kan het bot eromheen enigszins verzwakken of kan de prothese wat los zitten. Dit vergroot de kans dat bij een trauma het bot breekt of de prothese volledig loskomt. 
  • Vrouwen: Vrouwen hebben vaker knieprotheses (door artrose) en ook een hogere valfrequentie en meer osteoporose. Ze vormen dus een meerderheid van de gevallen.
  • Trauma als oorzaak: Een val op de knie of direct op het bovenbeen is meestal de oorzaak.

Wat zijn de symptomen?

Een breuk rond een knieprothese geeft gelijkaardige klachten als andere breuken rond de knie:

  • Acuut optredende kniepijn: De patiënt voelt bij de val een felle pijn in of rond de knie. De pijn is hevig en de knie kan niet bewogen of belast worden.
  • Niet kunnen steunen op het been: Net als bij andere breuken lukt het niet meer om op het aangedane been te staan. De knie zakt door of voelt instabiel omdat het bot gebroken is. Dit geldt zelfs als de prothese zelf nog intact is; de breuk verhindert elke stabiele belasting.
  • Zwelling: De knie zal zwellen. Er is vaak een hemartrose of weke delen zwelling zichtbaar. Bij een breuk net boven de prothese kan ook het dijbeen boven de knie zwellen.
  • Abnormale beweging of stand: Bij een verplaatste breuk kan het been vervormd zijn boven de knie. Soms is de knieprothese losgeraakt en kan men het onderbeen ongewoon bewegen ten opzichte van het bovenbeen.
  • Crepiteren: Bij bewegen van het been kan een knarsend geluid hoorbaar zijn door de botbreuk. Dit is pijnlijk en bevestigt dat er beweging tussen fractuurdelen is.

Hoe stelt de arts de diagnose?

Bij vermoeden van een periprothetische kniefractuur zal de arts:

1. Anamnese: vragen naar het valmechanisme en noteren dat de patiënt een knieprothese heeft (hoe lang, reden van plaatsing, eventuele vorige problemen met de prothese). Ook wordt gevraagd of de prothese tot voor kort goed functioneerde (pijnvrij, stabiel) of al klachten gaf.

2. Klinisch onderzoek: Vaak ziet men blauwe plekken of zwelling rond de knie. De arts voelt voorzichtig aan het dijbeen net boven de prothese: dit is meestal erg pijnlijk en soms is een discontinuïteit of abnormale beweging te voelen. Verder is er aandacht voor de bloedvoorziening en zenuwen (controleren van pulsaties en gevoel in de voet).

3. Beeldvorming.
Röntgenfoto’s:
Hierop kan men de prothese zien en de breuk eromheen. Vaak betreft het een femurfractuur net boven de femurcomponent (bovenste deel van de prothese): de röntgenfoto laat een fractuurlijn boven de metalen component zien en soms ziet men dat de prothesecomponent een andere positie heeft (als hij los is geraakt). Voor tibiafracturen (onderbeen) ziet men een lijn onder de tibiale component van de prothese.

CT-scan: Een CT kan helpen om de breukpatronen beter in kaart te brengen en om te beoordelen of de prothesecomponenten los zijn.

Wanneer naar een volgende stap?

Behandeling

De behandeling van een periprothetische kniefractuur is vrijwel altijd chirurgisch, omdat de stabiliteit en de as van het been hersteld moeten worden 

De opties:

Stap 1: Eerste opvang: Net als bij andere breuken krijgt de patiënt pijnstilling en wordt het been gestabiliseerd (bijvoorbeeld met een lange gips of spalk) om het boven- en onderbeen niet te laten bewegen t.o.v. elkaar. 

Stap 2: Operatie. Het type ingreep en of de prothese al dan niet vervangen dient te worden hangt af van het breukpatroon en of de prothese nog goed vastzit.

  • Osteosynthese rondom de prothese met plaat en schroeven: Als de knieprothese nog goed vastzit in het bot en de breuk zich leent tot fixatie, zal de chirurg proberen de fractuur te herstellen met platen en schroeven, terwijl de bestaande prothese behouden blijft. Bij een bovenbeenbreuk (distale femurfractuur) boven een stabiele knieprothese plaatst men een sterke plaat langs de buitenzijde van het femur die van boven de breuk tot dicht bij de prothesecomponent reikt. Er zijn speciale platen met schroefgaten die schroeven in verschillende hoeken kunnen plaatsen om de breuk stabiel te fixeren. Soms wordt een 2de plaat geplaatst. Soms worden kabels rond het bot en de prothese gebruikt voor extra stabiliteit. Voor breuken onder de tibiale component (onderbeen) wordt meestal een plaat met schroeven geplaatst aan de binnenzijde van de knie.
  • Revisie van de knieprothese: Als de breuk gepaard gaat met het loskomen van de knieprothese of als de breuk niet goed te fixeren is, kiest men voor een chirurgische revisie van de prothese. Dit betekent dat de huidige knieprothese (meestal alleen de femurcomponent, soms ook de tibiacomponent) wordt verwijderd. Vervolgens zal de chirurg een nieuw implantaat plaatsen dat de functie van zowel het bot als het gewricht overneemt. Vaak wordt een revisieprothese met langere stelen gebruikt die in het bot zorgt voor een goede fixatie. Deze prothese vangt de plaats van het gebroken botdeel op. Soms moet er ook met botcement gewerkt worden om ruimte op te vullen. De nieuwe prothese wordt stevig verankerd zodat de breukzone wordt overbrugd.
  • Conservatieve aanpak: Net als bij periprothetische heupfracturen is een niet-operatieve behandeling zeldzaam en alleen overwogen bij zeer kleine, niet verplaatste breuken of bij patiënten die absoluut geen ingreep aankunnen.

Na de operatie, of het nu een osteosynthese met plaat en schroeven of een revisie van de knieprothese is, volgt intensieve nabehandeling:

  • Bij plaatfixatie: doorgaans beperkte belasting voor 6 weken (vaak steunverbod) om breukheling toe te laten. De knie moet vaak wel bewogen worden om stijfheid te voorkomen, maar dat hangt af van de stabiliteit.
  • Bij revisieprothese: Het voordeel is dat de nieuwe prothese-constructie meestal direct stabiel is, dus in sommige gevallen mag men sneller of zelfs volledig belasten (de prothese neemt het over van het bot). Enkel als er ook breukheling moet optreden, zal men ook hier geleidelijke belasting opbouwen. De knie mobiliseren mag vaak vrij snel, want de prothese vervangt het kapotte deel. De revalidatie lijkt dan op die van een klassieke knieprothese, maar dan doorgaans complexer door de fractuurgenezing.

In beide gevallen krijgt de patiënt weer tromboseprofylaxe tot hij/zij goed mobiel is. De opnameduur is enkele dagen tot weken afhankelijk van herstel en thuissituatie.

Prognose

De prognose van een periprothetische kniefractuur hangt sterk af van de algemene toestand van de patiënt en de gekozen behandeling:

  • Genezing: Als osteosynthese is toegepast en de prothese blijft zitten, moet de botbreuk genezen zoals elke breuk, in ongeveer 3 maanden. Als een revisieprothese met lange stelen is geplaatst, is de onmiddellijke stabiliteit vaak hoog.In beide gevallen geldt dat oudere patiënten een wat tragere revalidatie doormaken en dat er kans bestaat op verminderde uiteindelijke functie.
  • Kniefunctie: Veel patiënten kunnen na herstel weer terug naar het mobiliteitsniveau van voor de breuk. Omdat de knieprothese behouden blijft, verandert er op zich niets aan de mobiliteit van de knie. Wel kan littekenweefsel of irritatie thv de plaat eventueel milde stijfheid geven. Bij een revisieprothese kan de mobiliteit iets minder zijn dan bij de oude prothese. Deze revisie-implantaten zijn soms scharniergewrichten met beperkte buiging. Maar men streeft naar een functionele buiging (rond 100°).
  • Belastbaarheid: Na volledige genezing mag de patiënt het been weer belasten. Echter, vaak verliezen patiënten algemene kracht en conditie door de lange revalidatie: sommigen gaan van zelfstandig lopen naar hulpmiddelen (rollator, krukken), of van hulpmiddel naar rolstoel, afhankelijk van leeftijd en complicaties. Doel is altijd om de mobiliteit zo veel als mogelijk te herstellen.

Complicaties: Dit soort operaties kent een relatief verhoogde complicatiekans:

Loslating/niet-helen: Bij fixatie kan het voorkomen dat door het zwakke bot de schroeven niet goed houden of de breuk niet vastgroeit. Dan kan alsnog een revisie nodig zijn.

Infectie: Een groot risico is een infectie van het implantaat, zeker bij revisieprotheses. Oudere patiënten lopen een hoger risico op een diepe prothese-infectie, wat een complexe behandeling vergt (langdurige antibiotica, soms moet de prothese weer verwijderd worden).

Bloeding of zenuwuitval: Tijdens een revisie kunnen complicaties zoals nabloedingen of zenuwschade optreden, al is dat zeldzaam.

·Lange termijn: Als de fixatie slaagt en/of de revisieprothese goed functioneert, kan de patiënt vaak de knie weer gebruiken om te gaan zitten, korte afstanden te lopen en dagelijkse handelingen te doen. Zware belasting zoals hardlopen en sport zijn vaak niet meer aan de orde.

Conclusie

Een periprothetische kniefractuur is een uitdagende breuk waarbij het bot rondom een knieprothese breekt, meestal bij oudere patiënten na een val. Het presenteert zich met acute knie- en bovenbeenpijn, onvermogen om te steunen en vaak een instabiel gevoel in de kunstknie. Diagnostiek gebeurt via röntgen en een CT-scan om de fractuur en de status van de prothese in beeld te brengen. De behandeling is overwegend chirurgisch: als de knieprothese vastzit, probeert men de breuk te fixeren met platen/schroeven en de prothese te behouden; zit de prothese los of is de breuk complex, dan wordt een revisieprothese geplaatst die het defect overbrugt. De revalidatie is intensief en langdurig, en complicatierisico’s zijn reëel. Dankzij moderne technieken en ervaring is de uitkomst meestal goed. Patiënten moeten wel rekenen op een maandenlange revalidatie en mogelijk blijvende beperkingen zoals verminderde wandelafstand of nood aan loophulpmiddelen. Het voornaamste doel is dat de patiënt terugkeert naar een zo hoog mogelijke graad van zelfstandigheid, met een goed functionerende knieprothese na genezing. 

Maak een afspraak

Online

Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.

Telefonisch

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Maak een afspraak

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Jouw arts(en)

No items found.

Lees ook

No items found.
Traumatologie
Behandelingen

Periprothetische kniefractuur (breuk knieprothese)

Maak een afspraak
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Maak een online afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat.
Bel campus Sint-Jozef
Bel campus Sint-Elisabeth

Wij maken gebruik van cookies

We maken gebruik van cookies om gegevens m.b.t. de prestaties en het gebruik van deze website te verzamelen & analyseren, om sociale netwerkfunctionaliteiten aan te bieden en onze content & advertenties te verbeteren en personaliseren. Bekijk onze privacy policy voor meer informatie.