Hand & pols

Posttraumatische stijfheid

Posttraumatische stijfheid betekent dat een gewricht stijf is na een blessure. Lees hoe deze stijfheid ontstaat, wat de symptomen zijn en de behandeling.

Inhoud

Posttraumatische stijfheid

Wat is het?

Posttraumatische stijfheid betekent letterlijk stijfheid na een trauma (letsel). Het is een toestand waarbij een gewricht zijn normale bewegingsvrijheid verliest na een blessure of operatie. In de context van hand en pols kan posttraumatische stijfheid optreden na bijvoorbeeld een polsbreuk, een vingerletsel of een ander ernstig letsel waarbij het gewricht beschadigd raakte of lang geïmmobiliseerd moest worden. Door het letsel en de genezing vormt zich littekenweefsel en raken kapsel en pezen rondom het gewricht strakker, waardoor bewegen moeilijker gaat. Simpel gezegd voelt het gewricht “vastgeroest” na een ongeval.

Bij wie komt het voor?

Posttraumatische stijfheid kan bij iedereen optreden na een ernstig letsel, maar er zijn factoren die de kans verhogen:

  • Langdurige immobilisatie: Als een gewricht wekenlang in gips of een spalk heeft gezeten (bijvoorbeeld na een breuk of operatie), wordt het vaak stijf. Hoe langer de immobilisatie, hoe meer stijfheid nadien.
  • Complexe letsels: Meervoudige verwondingen, verbrijzelde breuken of combinaties van bot- en weke-delen-letsel geven meer kans op stijfheid. Bijvoorbeeld een verbrijzelde pols of meerdere gebroken handwortelbeentjes kunnen tot ernstige stijfheid leiden.
  • Leeftijd: Oudere patiënten hebben vaker last van stijfheid na een trauma. Bij hen is het bindweefsel minder elastisch en herstelt het trager, wat tot meer littekenvorming en bewegingsbeperking leidt.
  • Ontstekingsneiging: Als je lichaam sterk reageert met zwelling en littekenvorming (bij sommige mensen genetisch bepaald), kan er sneller posttraumatische stijfheid ontstaan.
  • Onvoldoende oefentherapie: Mensen die na hun letsel weinig oefenen of de fysiotherapie niet goed kunnen volgen (bijvoorbeeld door pijn of praktische bezwaren) lopen meer risico dat de stijfheid blijvend wordt.

Wat zijn de symptomen?

Bij posttraumatische stijfheid van de hand of pols herken je de volgende symptomen:

  • Verminderde beweging: Je merkt dat het gewricht niet meer zo ver buigt of strekt als voorheen. Bijvoorbeeld de pols wil niet meer volledig naar boven/beneden bewegen, of een vinger kun je niet meer helemaal plooien of strekken. Deze beperking wordt duidelijker naarmate het genezingsproces vordert.
  • Stram gevoel: Het gewricht voelt “strak” of “vast” aan. Vooral ’s ochtends of na langere rust is het gewricht extra stijf en kost het tijd om los te komen.
  • Pijn aan eindstand: Vaak doet het pijn als je het gewricht tot het uiterste probeert te bewegen. De pijn zit dan vooral bij de rek op het littekenweefsel of gewrichtskapsel.
  • Krachtverlies: Door de beperkte beweging en het lange niet-gebruiken neemt de spierkracht rondom het gewricht af. Een stijve pols of vinger voelt daardoor ook zwakker aan.
  • Zwelling en verdikking: Soms is het gewricht nog wat gezwollen of lijkt het verdikt door inwendig littekenweefsel. Een dik aanvoelend gewricht buigt ook moeilijker.
  • Moeite met dagelijkse handelingen: Eenvoudige taken zoals een knop omdraaien, iets vastgrijpen of de hand plat op tafel leggen kunnen lastig of onmogelijk zijn door de stijfheid.

Hoe stelt de arts de diagnose?

De diagnose posttraumatische stijfheid wordt grotendeels klinisch gesteld:

  • Anamnese of vraaggesprek: De arts vraagt naar het doorgemaakte trauma of de operatie en hoe het revalidatieproces verliep. Belangrijk is om te weten hoelang het gewricht geïmmobiliseerd was en of je kiné/oefeningen hebt gedaan. Ook informeert hij naar je huidige klachten: welke bewegingen lukken niet, en hoeveel hinder ondervind je in het dagelijks leven door de stijfheid.
  • Klinisch onderzoek: Het aangedane gewricht (bv. pols of vinger) wordt onderzocht. De arts meet de zogenoemde range of motion (bewegingsboog) in graden: hoe ver kun je het gewricht buigen en strekken. Hij vergelijkt dit met de andere zijde (de niet-gekwetste hand/pols) om de beperking in te schatten. Ook voelt hij of er weerstand of pijn optreedt bij het einde van het bewegingstraject.
  • Beeldvorming: Vaak is aanvullend onderzoek niet strikt nodig om posttraumatische stijfheid vast te stellen, omdat het om een functioneel probleem gaat. Toch kan de arts een röntgenfoto maken om te kijken of er bijvoorbeeld botstukken in de weg zitten of ernstige artrose aanwezig is die de beweging blokkeert. Soms wordt een MRI of echografie overwogen om littekenweefsel of verklevingen in beeld te brengen, maar meestal volstaat het klinisch onderzoek.

Wanneer naar een volgende stap?

Behandeling

Bij posttraumatische stijfheid is het doel van de behandeling het gewricht weer zo soepel mogelijk te krijgen. De aanpak verloopt in stappen van minst ingrijpend naar meer ingrijpend:

  • Stap 1: Kinesitherapie en thuisoefeningen. De eerste en belangrijkste behandeling bij posttraumatische stijfheid is intensieve oefentherapie:
    • Kinesitherapie: Onder begeleiding van een kinesist (fysiotherapeut) doe je gerichte oefeningen om de bewegingsruimte van het gewricht te vergroten. Dit omvat rekoefeningen, mobilisaties (de therapeut beweegt je gewricht passief op en neer om verklevingen los te maken) en spierversterkende oefeningen. De kinesitherapeut zal geleidelijk proberen de grens van de beweging op te rekken.
    • Houdings- en rekoefeningen thuis: Je krijgt huiswerkoefeningen om meerdere keren per dag zelf te doen. Bijvoorbeeld het strekken van de vingers over een tafeloppervlak, of het buigen van de pols met behulp van de andere hand. Consistent en frequent oefenen is cruciaal bij posttraumatische stijfheid.
    • Warmte en massage: Vaak helpt warmte (zoals een warm bad of een paraffinebad voor de hand) om het stijve gewricht soepeler te maken voor de oefeningen. De therapeut kan ook littekenweefsel masseren om verklevingen los te krijgen.
    • Pijnbestrijding: Indien pijn het oefenen belemmert, kun je vooraf een pijnstiller of ontstekingsremmer nemen zodat je beter door de oefeningen heen komt. Soms wordt lokale warmte of lichte stretching toegepast om de pijnreflex te verminderen.
  • Intensievere rektechnieken en spalken. Als gewone oefentherapie onvoldoende vooruitgang geeft, zijn er aanvullende mogelijkheden:
    • Dynamische of statische spalk: De handtherapeut kan een speciale spalk aanmeten die je gewricht langdurig in een gerekte positie houdt. Bijvoorbeeld een nachtspalk die je vinger in gestrekte stand houdt, of een veerspalk die constant lichte buigkracht uitoefent. Door gedurende uren de rek erop te houden, wordt het kapsel langzaam opgerekt.
    • Manuele mobilisatie onder verdoving: In sommige gevallen, vooral bij de elleboog of vingergewrichten, kan de arts voorstellen om onder verdoving het gewricht fors door te bewegen (narcosemanipulatie). Hierbij wordt de stijfheid “losgebroken” doordat je de pijnreflex niet voelt en niet tegenhoudt. Dit wordt voorzichtig toegepast, want het kan kleine weefselscheurtjes veroorzaken.
    • Injectie: Als ontsteking of littekenpijn een grote rol speelt, kan een injectie met cortisone rond het stijve gewricht overwogen worden. Dit kan de zwelling en pijn verminderen, zodat oefeningen effectiever worden. Het pakt natuurlijk het litteken zelf niet weg, maar kan het proces wel faciliteren.
  • Stap 3: Chirurgische behandeling. Wanneer de stijfheid zeer ernstig is en er nagenoeg geen verbetering komt met bovengenoemde methodes, kan een operatie helpen:
    • Arthrolyse (losmaken van het gewricht): De orthopedisch chirurg kan via een operatie het strakke kapsel en littekenweefsel wegsnijden om ruimte te creëren. Dit kan vaak arthroscopisch (via een kijkoperatie) of open, afhankelijk van het gewricht en de mate van stijfheid. Bijvoorbeeld een arthrolyse van de pols of van een vingergewricht om de buiging/strekking te verbeteren.
    • Pees- of littekenweefsel verwijderen: Soms zitten ook pezen verkleefd (zoals bij een strekpeesverkleving in de hand na een peesletsel). Dan kan een tenolyse (losmaken van de pees uit littekenweefsel) worden gedaan om de pees weer vrij te laten bewegen.
    • Na de ingreep: Meteen na zo’n operatie is agressieve nabehandeling essentieel. Vaak start de kinesitherapie al binnen 1 à 2 dagen om te voorkomen dat nieuwe littekens de winst weer tenietdoen. Je zult intensief moeten oefenen en mogelijk spalken dragen om de gewonnen bewegingsruimte te behouden.

Prognose

De prognose bij posttraumatische stijfheid hangt sterk af van de oorzaak en de inzet bij revalidatie. Milde stijfheid na een kortdurende immobilisatie verbetert doorgaans goed met oefeningen: binnen enkele weken merk je vooruitgang en na een paar maanden kan de beweging vrijwel normaal zijn. Ernstige stijfheid (bij langdurig gips of complexe letsels) is uitdagender: ondanks maandenlange kiné blijft soms een blijvende bewegingsbeperking bestaan. Operaties kunnen helpen om vastzittende gewrichten weer in beweging te krijgen, maar garanderen geen volledig herstel. Vaak wordt een geopereerd stijf gewricht wel functioneel beter, maar niet zo soepel als een onbeschadigd gewricht. Belangrijk is dat je na een trauma zo snel als medisch verantwoord is, begint met bewegen onder begeleiding. Vroegtijdige mobilisatie en volgehouden oefentherapie geven de beste kans om posttraumatische stijfheid te voorkomen of te verminderen.

Conclusie

Posttraumatische stijfheid is een veelvoorkomend probleem na een ernstig letsel of operatie, waarbij een gewricht minder beweeglijk wordt door littekenvorming en immobilisatie. Het kan dagelijkse handelingen flink bemoeilijken, maar met volgehouden oefentherapie valt vaak veel verbetering te behalen. In hardnekkige gevallen bieden speciale spalken, injecties of een chirurgische ingreep extra mogelijkheden om de bewegingsvrijheid te vergroten. De sleutel ligt in een tijdige start met revalidatie en het trouw volhouden van oefeningen, zo krijgt posttraumatische stijfheid minder kans om je hand- of polsfunctie blijvend te beperken.

Maak een afspraak

Online

Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.

Telefonisch

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Hand & pols
Behandelingen

Posttraumatische stijfheid

Maak een afspraak
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Maak een online afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat.
Bel campus Sint-Jozef
Bel campus Sint-Elisabeth

Wij maken gebruik van cookies

We maken gebruik van cookies om gegevens m.b.t. de prestaties en het gebruik van deze website te verzamelen & analyseren, om sociale netwerkfunctionaliteiten aan te bieden en onze content & advertenties te verbeteren en personaliseren. Bekijk onze privacy policy voor meer informatie.