Hand & pols

Polsosteotomieën

Polsosteotomieën zijn operaties waarbij een bot in de pols wordt doorgezaagd en hersteld om de polsstand te corrigeren.

Inhoud

Polsosteotomieën

Wat is het?

Polsosteotomieën zijn chirurgische ingrepen waarbij één of meerdere botten van de onderarm of handwortel worden doorgezaagd (osteotomie) en in een verbeterde stand vastgezet. Met andere woorden: de chirurg breekt het bot gecontroleerd opnieuw om een afwijkende polsstand te corrigeren. Zo’n ingreep is vaak nodig wanneer de pols niet goed is geconsolideerd na een breuk (een scheef genezen polsbreuk, zogenoemde malunion), of bij bepaalde afwijkingen van de polsbotten. Door de botstand te herstellen via een polsosteotomie kan de functie van de pols verbeteren en pijn verminderen. Enkele voorbeelden: het rechtzetten van een scheef genezen spaakbeen, of het inkorten van de ellepijp bij ulna-impaction syndroom (waarbij de ellepijp te lang is ten opzichte van het spaakbeen).

Bij wie komt het voor?

Polsosteotomieën worden uitgevoerd bij patiënten met:

  • Malunion van een polsbreuk: Mensen die eerder hun pols braken (bijv. het spaakbeen) en bij wie het bot scheef is vastgegroeid, komen in aanmerking. Vaak betreft het volwassenen, aangezien bij kinderen botten vaak zelf nog recht groeien.
  • Pijn door verkeerde botstand: Als een afwijkende stand van de botten leidt tot pijn of beperkingen (bijv. je kunt je pols niet goed draaien of strekken), zal de arts een polsosteotomie overwegen.
  • Ulna plus-variant: Personen bij wie de ellepijp van nature langer is dan het spaakbeen, kunnen last krijgen van het polsgewricht aan de pinkzijde (TFCC en lunatum krijgen te veel druk). Een inkorting van de ellepijp via een ulna verkortingsosteotomie wordt dan soms gedaan. Dit zie je zowel bij jongeren als volwassenen, meestal pas als langdurige conservatieve behandeling faalt.
  • Specifieke polsaandoeningen: Bepaalde aandoeningen zoals de ziekte van Kienböck (waarbij een handwortelbeentje afsterft door slechte doorbloeding) kunnen baat hebben bij een polsosteotomie (bijv. verkorting van het spaakbeen) om de druk op het aangetaste botje te verminderen.
  • Geen leeftijds- of geslachtsrestrictie: Polsosteotomieën worden vooral bij volwassenen uitgevoerd. Het geslacht is niet zozeer bepalend, maar de algemene gezondheid en botkwaliteit moeten een dergelijke operatie wel toelaten.

Wat zijn de symptomen?

De indicaties voor een polsosteotomie komen meestal voort uit symptomen die de patiënt ervaart door de afwijkende polsstand:

  • Chronische polspijn: Een verkeerde botstand na een breuk kan blijvende pijn veroorzaken, met name bij belasting of bij het uiteinde van de bewegingsbaan. Deze pijn is vaak diep en zeurend.
  • Bewegingsbeperking: Door de afwijkende stand kunnen bepaalde bewegingen beperkt zijn. Bijvoorbeeld het rotatievermogen (handpalm naar boven/beneden draaien) is verminderd als het spaakbeen verkeerd staat, of ulnaire deviatie (pols naar pinkzijde buigen) doet pijn als de ellepijp te lang is.
  • Krachtverlies: Een pols die niet goed uitgelijnd is, heeft vaak minder kracht. Het is lastiger zware objecten op te tillen of kracht uit te oefenen met de hand.
  • Standafwijking zichtbaar: Soms zie of voel je dat de pols of arm niet recht staat. Een scheefgegroeid spaakbeen kan een duidelijke knobbel of hoek in de pols geven. Bij een relatief te lange ellepijp kan de kop van de ellepijp prominent uitsteken aan de pinkzijde van de pols.
  • Klikkend gevoel of impingement: Botten in verkeerde positie kunnen tegen elkaar aan schuren of klem lopen (impingement). Hierdoor kun je bij beweging een klik voelen of het gevoel hebben dat er iets “haakt” in de pols.

Hoe stelt de arts de diagnose?

De orthopedisch chirurg of handchirurg beoordeelt of een polsosteotomie nodig is door:

  • Anamnese of vraaggesprek: Uitvragen van de voorgeschiedenis (vroegere polsbreuken, operaties) en huidige klachten. De arts wil weten wanneer de pijn optreedt en welke bewegingen of activiteiten lastig zijn.
  • Klinisch onderzoek: De stand van de pols en arm wordt geïnspecteerd. De arts vergelijkt met de andere pols en voelt of er uitstekende botdelen zijn. Hij test de bewegingsuitslag van de pols (buigen, strekken, draaien) en de stabiliteit. Ook wordt druk uitgeoefend op bepaalde botpunten (zoals de kop van de ellepijp aan de pinkzijde) om na te gaan of dat pijnlijk is.
  • Beeldvorming:
    • Röntgenfoto’s (Rx): Dit is het belangrijkste onderzoek. Met röntgenbeelden van de pols (voor- en zijaanzicht) kan de arts precies zien hoe de botten staan. Hij meet hoeken (bijv. de kanteling van het spaakbeen) en lengtes (bijv. of de ellepijp langer is dan normaal). Zo wordt de afwijking in kaart gebracht.
    • CT-scan: Soms wordt een CT gemaakt om een driedimensioneel beeld van de botstand te krijgen, vooral bij complexe afwijkingen of oude breuken. Dit helpt bij de planning van de osteotomie.
    • MRI: Als er een vermoeden is van bijkomende kraakbeenschade (bijvoorbeeld bij Kienböck of TFCC-letsel) kan een MRI-scan informatie geven. Voor de botstand is een MRI minder van belang, daarvoor volstaan röntgen en CT.

Wanneer naar een volgende stap?

Behandeling

De correctie via polsosteotomieën is altijd chirurgisch, maar er gaat een traject aan vooraf:

  • Stap 1: Conservatieve aanpak (vóór beslissing tot operatie). Voordat wordt besloten tot een osteotomie, zal de arts vaak eerst niet-chirurgische opties proberen, zeker als de klachten mild zijn:
    • Polsbrace of spalk: Een ondersteunende brace kan de pols stabiliseren en bepaalde pijnklachten verminderen. Dit is echter symptoombestrijding en corrigeert de botstand niet.
    • Pijnstilling en injecties: Ontstekingsremmers of pijnstillers kunnen worden voorgeschreven om de pijn draaglijk te maken. Bij duidelijke irritatie in het polsgewricht (bijvoorbeeld bij ulna-impaction) kan een cortisone-injectie tijdelijk verlichting geven.
    • Afwachten bij milde klachten: Als de functie redelijk is en de pijn beperkt, kan de arts voorstellen om voorlopig af te wachten en het verloop te zien. Een ingreep zoals een polsosteotomie is namelijk ingrijpend; men weegt de potentiële voordelen af tegen de risico’s. Regelmatige opvolgcontroles worden ingepland om te zien of de situatie stabiel blijft of verslechtert.
  • Stap 2: Operatie – polsosteotomie. Als de klachten ernstig zijn of duidelijk structureel van aard, volgt een chirurgische correctie:
    • Correctie-osteotomie van het spaakbeen: Bij een scheef geheelde breuk van het spaakbeen (radius) zaagt de chirurg het bot door op een precieze plek. Vervolgens zet hij het in de juiste stand en stabiliseert het met een plaat en schroeven. Vaak wordt er een botblokje (bottransplantaat) tussen geplaatst als er botlengte ontbreekt door de correctie. Deze ingreep herstelt de anatomie zodat de polsgewrichten weer beter op elkaar aansluiten.
    • Ulna verkorting osteotomie: Hierbij wordt de ellepijp operatief ingekort. De chirurg verwijdert een dun segment uit de schacht van de ellepijp en zet de botuiteinden weer vast met een plaat. Dit verlicht de druk op de pols aan de pinkzijde (het TFCC-gebied en het lunatum) omdat de ellepijp nu korter is.
    • Aanvullende procedures: Soms voert men gelijktijdig andere handelingen uit, bijvoorbeeld het verwijderen van uitstekende botrandjes of een arthroscopische inspectie van het polsgewricht om het kraakbeen te beoordelen.
    • Na de operatie moet het doorgezaagde bot weer vastgroeien. Je krijgt een gips of spalk voor 6 à 8 weken om de pols te immobiliseren. Daarna start de revalidatie met oefeningen om de beweging terug te krijgen. De totale herstelperiode na een polsosteotomie bedraagt enkele maanden; de botgenezing duurt doorgaans 3-4 maanden.
  • Stap 3: Indien artrose of falen van correctie. In sommige gevallen blijkt tijdens de operatie of nadien dat het polsgewricht al te erg beschadigd is (ernstige artrose), of dat een osteotomie onvoldoende verbetering geeft:
    • Polsarthrodese (vastzetten van de pols): Als pijn het hoofdsymptoom is en bewegingsbehoud minder belangrijk (bij zeer vergevorderde slijtage), kan de chirurg de pols vastzetten. Dit is uiteraard een laatste optie, aangezien de polsbeweging hiermee verdwijnt, maar het maakt de pols wel pijnvrij en stabiel.
    • Polsprothese: In zeer selecte gevallen kan een polsprothese overwogen worden als alternatief voor vastzetten, maar bij jongere actieve patiënten is dit zeldzaam.
    • Hersteloperatie: Indien een osteotomie niet goed geneest (non-union) of de correctie onvoldoende effect had, kan een tweede ingreep nodig zijn. Dit komt gelukkig weinig voor, zeker als de adviezen (zoals niet roken en voldoende rust) goed worden opgevolgd.

Prognose

Het resultaat van polsosteotomieën is meestal gunstig als de indicatie juist was. Na een geslaagde polsosteotomie verbetert de stand van de botten, wat vaak leidt tot minder pijn en een betere functie. Patiënten merken dat ze hun pols weer verder kunnen bewegen en dagelijkse handelingen vlotter gaan. Wel is geduld nodig: de revalidatie duurt maanden en in het begin is de pols nog stijf en slap. Risico’s: Zoals bij elke botoperatie bestaat er een kans dat het bot langzaam of onvolledig geneest (pseudartrose), vooral bij rokers of wanneer er een grote correctie nodig was. Ook kunnen er enige restbeperkingen blijven, bijvoorbeeld iets minder draaikracht of lichte pijn bij zware belasting, zelfs na volledig herstel. Onbehandelde afwijking: Als een duidelijke verkeerde polsstand onbehandeld blijft, kunnen de klachten verergeren en kan artrose ontstaan, wat latere behandeling complexer maakt. Over het algemeen geldt: hoe preciezer de pols weer anatomisch wordt hersteld door de osteotomie, hoe beter de lange-termijnuitkomst qua functie en comfort.

Conclusie

Polsosteotomieën bieden een oplossing wanneer de pols door een verkeerde botstand pijn doet of niet goed functioneert. Het is een ingrijpende operatie waarbij het bot wordt doorgezaagd en in de correcte positie gezet, gevolgd door een maandenlange revalidatie. Deze investering loont meestal: patiënten ervaren nadien een rechtere pols, minder pijn en een verbeterde beweeglijkheid. De beslissing voor een polsosteotomie wordt zorgvuldig genomen op basis van klachten en afwijkingen op beeldvorming. Dankzij moderne technieken in de orthopedie kunnen veel polsen die verkeerd geheeld zijn, via een osteotomie opnieuw optimaal uitgelijnd worden, waardoor je je hand weer beter kunt gebruiken in het dagelijks leven.

Maak een afspraak

Online

Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.

Telefonisch

Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

Hand & pols
Behandelingen

Polsosteotomieën

Maak een afspraak
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Maak een online afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat.
Bel campus Sint-Jozef
Bel campus Sint-Elisabeth

Wij maken gebruik van cookies

We maken gebruik van cookies om gegevens m.b.t. de prestaties en het gebruik van deze website te verzamelen & analyseren, om sociale netwerkfunctionaliteiten aan te bieden en onze content & advertenties te verbeteren en personaliseren. Bekijk onze privacy policy voor meer informatie.