Hand & pols
Complicaties
Complicaties hand & pols na letsel of ingreep? Overzicht van complicaties pols en complicaties hand en wat je kunt doen.
Inhoud
Complicaties
Wat is het?
Bij wie komt het voor?
Wat zijn de symptomen?
Hoe stelt de arts de diagnose?
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
Prognose
Conclusie
Wat is het?
Bij operaties of letsels in hand en pols kunnen soms complicaties optreden. Complicaties zijn ongewenste bijkomende problemen die het herstel bemoeilijken. In de context van hand en pols gaat het bijvoorbeeld om infecties, vertraagde genezing of blijvende bewegingsbeperking. Hoewel de meeste behandelingen van hand- en polsaandoeningen zonder grote problemen verlopen, is het belangrijk te weten welke risico’s er bestaan en hoe men complicaties herkent.
Bij wie komt het voor?
Iedere patiënt kan een complicatie krijgen, maar bepaalde factoren verhogen het risico:
- Complexe letsels: ernstige ongevallen met verbrijzelingen of meerdere gekwetste structuren (bot, pees, zenuw) hebben een hogere kans op complicaties.
- Operaties: elke ingreep brengt risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld een polsoperatie kan gecompliceerd worden door infectie of stijfheid.
- Slechte doorbloeding of gezondheid: rokers, diabetici of mensen met vaatproblemen hebben minder goede wondgenezing, waardoor sneller complicaties (zoals infectie of slecht helende botbreuken) kunnen optreden.
- Onvoldoende nabehandeling: als iemand bijvoorbeeld een gips vroegtijdig verwijdert of de hand te snel weer zwaar belast, kan een breuk verschuiven of de genezing vertragen.
Wat zijn de symptomen?
Enkele veelvoorkomende complicaties hand en pols zijn:
- Infectie: een wondinfectie na een operatie of een ontsteking in het gewricht (septische artritis) kan optreden. Symptomen zijn toenemende roodheid, warmte, zwelling en pijn, vaak gepaard met koorts.
- Vertraagde botgenezing of non-union: bij bijvoorbeeld een scaphoid non-union geneest een gebroken handwortelbeentje niet. Dit veroorzaakt blijvende pijn en instabiliteit.
- Malunion: het bot groeit niet recht aan elkaar. Bij polsbreuken kan dit resulteren in een scheve stand van de pols, met krachtsverlies en kans op verstijving, blijvende pijn of artrose.
- Stijfheid: posttraumatische stijfheid is een bekende complicatie als de hand of pols lang geïmmobiliseerd is geweest. Gewrichten worden dan minder beweeglijk.
- Zenuwschade: zowel bij letsels (snijwonden) als tijdens operaties kan een zenuw beschadigd raken. Dit leidt tot gevoelsverlies en eventueel krachtsverlies (bij motorische zenuwen).
- Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS, Sudeck of algoneurodystrofie): een complex regionaal pijnsyndroom kan ontstaan na een breuk of operatie, met hevige pijn en zwelling tot gevolg.
- Peesletsel of -verkleving: na een breuk kunnen pezen langs het bot beschadigd raken (bijvoorbeeld een strekpees die scheurt bij een gebroken vinger). Ook kunnen pezen verkleven in littekenweefsel, waardoor de vinger niet goed beweegt.
- Nabloeding of hematoom: inwendige bloedingen kunnen druk geven en de wondgenezing verstoren. In de handpalm kan een hematoom de pezen of zenuwen tijdelijk beknellen.
- Littekens en cosmetiek: een litteken kan in sommige gevallen overmatig dik worden (keloïd) of aan onderliggende structuren vasthechten.
Hoe stelt de arts de diagnose?
Meestal wordt een complicatie duidelijk door het klinische beeld of aanvullend onderzoek:
- Follow-up controles: de arts ziet je regelmatig na een behandeling. Hierbij worden tekenen van complicaties nagegaan: bijvoorbeeld wondcontrole op infectie, röntgencontrole of een bot goed geneest, functietesten om stijfheid of zenuwproblemen tijdig te zien.
- Beeldvorming: bij vermoeden van slechte botgenezing wordt een röntgen opname of CT-scan ingezet. Een echografie kan kijken of pezen intact zijn. MRI kan helpen bij onduidelijke pijnklachten om bijvoorbeeld verklevingen of verborgen infecties zichtbaar te maken.
- Bloedonderzoek: bij vermoeden van infectie wordt een bloedonderzoek gedaan (verhoogde ontstekingswaarden) en eventueel een kweek van wondvocht om de bacterie te identificeren.
Wanneer naar een volgende stap?
Behandeling
De behandeling hangt volledig af van de soort complicatie:
- Infectie: dit vereist antibiotica en bij ernstige infecties een chirurgische drainage (schoonmaken van de wond of aangedane gebied). Vroegtijdige behandeling is essentieel om schade te beperken.
- Herstellen van een scheve botstand: bij een malunion die hinder geeft kan een polsosteotomie (corrigerend doorzagen en rechtzetten van het bot) gedaan worden. Bij non-union krijgt men een operatie met botgreffes (lichaamseigen of uit de botbank) en fixatie om alsnog heling te bereiken.
- Kinesitherapie bij stijfheid: intensieve handtherapie, spalken en oefeningen kunnen veel bewegingsbeperkingen verbeteren. Soms is onder narcose losmaken van een gewricht of littekenweefsel nodig (manipulatie of arthrolyse).
- Zenuw- of peesreconstructie: als een zenuw beschadigd is, kan afhankelijk van het type letsel een zenuwhechting of transplantaat gedaan worden (liefst binnen enkele dagen na letsel). Bij verkleefde of gescheurde pezen kan een peesreconstructie of tenolyse (losmaken van verklevingen) nodig zijn.
- CRPS-behandeling: zoals boven bij CRPS beschreven, is dit een intensief pijn- en revalidatietraject.
- Symptoombestrijding: in gevallen waar een complicatie niet 100% te herstellen is, richt men zich op optimaliseren van functie en comfort. Denk aan spalkjes voor een klauwhand door zenuwschade, of hulpmiddelen om met minder handfunctie toch dagelijkse handelingen te verrichten.
Prognose
Gelukkig zijn ernstige complicaties van hand en pols zeldzaam. De meeste patiënten genezen zonder noemenswaardige problemen. Als er toch een complicatie optreedt:
- Infecties: indien tijdig behandeld, genezen wondinfecties meestal goed, al kan het herstel iets langer duren. Diepe infecties kunnen wel tot blijvende schade leiden als pezen of gewrichten zijn aangetast.
- Botproblemen: een gecorrigeerde malunion (niet correct vastgroeien) of behandelde non-union (niet vastgroeien) geeft vaak alsnog een goede uitkomst, al is het hersteltraject verlengd. Soms blijft enige beperking of afwijking bestaan, maar functioneren gaat meestal goed.
- Functionele beperkingen: stijfheid en krachtsverlies kunnen door therapie sterk verbeteren. Jonge patiënten herstellen hierin beter dan oudere.
- Zenuwschade: gedeeltelijk herstel is mogelijk, maar volledige genezing duurt lang en is niet gegarandeerd. Compensatie door andere spieren en oefentherapie kan veel functies terugbrengen.
- Complex regionaal pijnsyndroom (CRPS): de prognose is wisselend, maar met doorzettingsvermogen en goede pijnbestrijding komt een groot deel van de patiënten op een redelijk functieniveau terug, zij het soms met restklachten.
- Belangrijk is dat complicaties vaak te behandelen zijn, zij het met extra ingrepen of therapie. Een open communicatie met de behandelend arts en snelle actie bij eerste signalen van een probleem verbeteren de uitkomst.
Conclusie
Hoewel men uiteraard hoopt dat elke behandeling probleemloos verloopt, is het belangrijk op de hoogte te zijn van mogelijke complicaties bij hand- en polsletsels. Door alert te zijn op signalen (zoals toenemende pijn, roodheid, functieverlies) kunnen complicaties vroeg worden opgemerkt. Vroegtijdige interventie kan erger voorkomen. Dankzij moderne technieken en therapieën zijn de meeste complicaties goed te behandelen, zodat uiteindelijk toch een bevredigend resultaat bereikt wordt en je de hand of pols zo optimaal mogelijk kunt gebruiken.
Maak een afspraak
Online
Het is mogelijk om je afspraak online vast te leggen via onderstaande link.
Telefonisch
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:
Maak een afspraak
Maak je je afspraak liever telefonisch? Dan kan je terecht bij ons secretariaat:

